Voorbeeldzinnen (20)
Je aait hem achter zijn oren, en alles is weer goed.
Ze aait de paarden.
Zij aait de paarden.
Hij aait de paarden.
Zij aait haar paard.
Ze aait haar paard.
Zij aait zijn paard.
Ze aait zijn paard.
Het kind aait een kat.
Als 'n hand die de rug van 'n vrouw aait.
Je aait ze op hun voorhoofd... en ze worden je vriend.
Als ze nog klein is, aait ze terloops de tijger in de meurende menagerie die haar vader erop nahoudt in de kelder.
Hij aait enkele koeien over de snuit en verklaart te verwachten dat dit kabinet ten onder zal gaan aan de stikstofplannen, tenzij die onmiddellijk van tafel gaan.
Hij kust de wereldcup en aait hem zachtjes.
Liefkozend aait hij haar grote zwarte flapoor, terwijl zij haar kop onder zijn arm duwt.
Handen wringend, zoals wel gezegd wordt 'aait ze zichzelf', om zichzelf te troosten.
Mirette is verlamd aan de achterpoten en heeft vijf hernia’s in haar rug”, zegt Tonneus, terwijl hij de honden aait en met zachte stem toespreekt.
Volgens een deskundige raakt het dier gestrest doordat je hem te veel aait.
Ze aait het kopje van kater Kinai, die een jingle belletje rond zijn hals heeft.
De huidige voorraad zielige negers en moslims overstijgt reeds het opnamepotentieel met vele miljoenen, en de kansarme populatie groeit harder dan het lid van een predikant dat een jongetje over z’n bol aait.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl