Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Aangebroken.

Aangebroken

Voorbeeldzinnen (20)

Het ogenblik is aangebroken.

Het uur van slapen is aangebroken.

Ik denk dat de tijd is aangebroken om de zaak met hem te bespreken.

Ik denk dat de tijd is aangebroken om de zaak met haar te bespreken.

De wintertijd is aangebroken.

De tijd is aangebroken.

Het moment is aangebroken.

De nacht is aangebroken!

De ouderdom is aangebroken. Het einde nadert al.

Het moment van de waarheid is aangebroken.

De tijd van m'n meesters aankomst is aangebroken.

Dames en heren, het moment is bijna aangebroken.

Als de nacht van de geheime afspraak is aangebroken, vertrekt Thisbe als eerste.

Daarom is volgens Menger de tijd aangebroken om ‘de trots’ weer goed uit te lichten.

Dat moment lijkt nu dus te zijn aangebroken.

De ‘7 magere jaren’ zijn nu wel aangebroken.

De eerste belangrijke dag voor de potentiële verkoop van Manchester United is aangebroken.

De eerste dag van het nieuwe parkeerbeleid in Antwerpen is aangebroken.

De eerste van een reeks spannende dagen voor de top van de filmindustrie is eindelijk aangebroken.

De eerste voetbalweek van februari is aangebroken en dat betekent dat nu écht voor alle ploegen de winterstop voorbij is.