Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Aangetrouwde.

Aangetrouwde

Aangetrouwde | Aangetrouwden

Voorbeeldzinnen (20)

De eerste ouderdomsziekte openbaart zich bij hen tot dertien jaar later dan bij de aangetrouwde familieleden.

Die aangetrouwde in Engeland schijnt zwart te zijn.

Een lieve, handige man, aangetrouwde familie.

Er woont aangetrouwde familie en die is knettergek.

Is ook wat ik via (aangetrouwde) familie gehoord en gezien heb.

Johnny ging met vrouwen om zoals zijn aangetrouwde oom.

Het nageslacht was er erg blij mee en haalde het vakje in één keer (mijn aangetrouwde nageslacht deed er wat langer over).

In mijn aangetrouwde tak zitten dr een paar, veroordeelden.

Na de laatste jaren honderden Poolse mensen te hebben leren kennen en inmiddels als aangetrouwde familie te hebben denk ik een aardig beeld te hebben.

Sprak vanmiddag de aangetrouwde achternicht van de vader van mijn stiefbroer.

Verkeerde vrienden en verkeerde aangetrouwde familie.

Zo had hij klappen uitgedeeld aan zijn opa, een aangetrouwde oom en de uitbater van een fitnesscentrum.

Bij dertien huiszoekingen vanmorgen werden zijn broer Nordin El B. en twee aangetrouwde broers Khalid en Mo T. gearresteerd.

En al die al dan niet aangetrouwde boer'n(schoon)dochters ook niet.

Niet om tof te doen, maar in onze familielijn van beide en aangetrouwde kanten waren /zijn het toch de mannen die over de keuken heers(t)en.

Onder de aangetrouwde familie en kleinkinderen zijn de meningen verdeeld.

Deze wiskundeleraar zat altijd te oreren over hoe goed de multiculturele samenleving was en begon dan "als bewijs" over z'n aangetrouwde familie om daarmee maar aan te kunnen tonen hoe tolerant die andere cultuur was.

Hij zat aan tafel met twee aangetrouwde familieleden die hij niet kende.

Is Roxana niet de aangetrouwde nicht van die concurrent bakker aan de overkant?

Ze was zelf als jonge tiener ooit aangerand door een aangetrouwde oom en dat had een diepe indruk nagelaten.