Aankan is een Nederlands woord beginnend met de letter A. Met 10+ voorbeeldzinnen zie je meteen hoe het woord in zinnen werkt.
Aankan in een zin
Gebruik van Aankan
- In het voorbeeldencorpus komt aankan vaak voor in combinaties zoals: niet aankan, meer aankan, het aankan.
Context rond Aankan
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 12.4 woorden
- Plaats in de zin: 1 begin, 3 midden, 16 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Aankan
- In deze selectie staat "aankan" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 12.4 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral team, taak en eentje op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "aankan".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn dan hij aankan en dan ik aankan. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "aankan" dicht bij woorden als afzien, daadkracht en dalfsen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met aankan
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ik denk dat ik dat aankan. (6 woorden)
Ik denk niet Tom het aankan. (6 woorden)
Ik denk dat ik je aankan. (6 woorden)
Mijn punt is dat als je al kan voorzien dat je lichaam het fysiek niet meer aankan in de toekomst je zelf moet zorgen voor een rol die je dan fysiek nog wel aankan. (34 woorden)
Ik heb te veel behoeftige klanten en te veel onbetrouwbare leveranciers om mij zorgen over te maken, dan over een verkoopkracht of zij het wel aankan. (26 woorden)
En als kleine Tim dat aankan... dan prachtig voor jou en als hij het niet kan... dan, meid dan moet je me bellen. (23 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Mijn punt is dat als je al kan voorzien dat je lichaam het fysiek niet meer aankan in de toekomst je zelf moet zorgen voor een rol die je dan fysiek nog wel aankan.
Je moet aanvoelen wat je aankan, wat je team aankan.
Dit werk is meer dan ik aankan.
Ik maak me zorgen of ik al dan niet zo'n zware taak aankan.
Ik denk dat ik dat aankan.
Ik denk niet Tom het aankan.
Ik weet niet of ik dit in mijn eentje aankan.
Niemand is verplicht om meer te doen dan hij aankan.
Als je Engels aankan, is Latijn een peulenschil.
Als ik dood ben, arriveer je bij de Cove en tref je een haast onneembare vesting... die een jarenlang belaag aankan.
M'n pa schreef dat een vrouw het maar op twee manieren aankan.
Je beschermt al meer mensen dan je aankan.
Ik denk niet dat ik weer een feestmaal aankan.
Dus nu denk je dat je alles aankan.
Ik heb te veel behoeftige klanten en te veel onbetrouwbare leveranciers om mij zorgen over te maken, dan over een verkoopkracht of zij het wel aankan.
Dus ik denk dat ik een weerwolf wel aankan.
Ik weet niet of mijn hart dat aankan.
Hij heeft een carrièrecrisis, en hij weet niet of Lloyd dat aankan.
Ik denk dat ik je aankan.
En als kleine Tim dat aankan... dan prachtig voor jou en als hij het niet kan... dan, meid dan moet je me bellen.
Veelvoorkomende combinaties met aankan
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- niet aankan 50×
- meer aankan 22×
- het aankan 13×
- aankan en 11×
- wel aankan 7×
- dat aankan 6×
- aankan is 5×
- aankan moet 4×
- aankan in 3×
- je aankan 3×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "aankan" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "aankan" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl