Aankleden is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Aankleden betekenis
- meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren
- iets of iemand kleren aandoen
- zich ~: zijn kledij aantrekken
Aankleden translation to English
Gebruik van Aankleden
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: meubileren, van toebehoor of uitbreiding voorzien, decoreren, versieren | iets of iemand kleren aandoen | zich ~: zijn kledij aantrekken
- Mogelijke Engelse vertalingen zijn: dress.
- In het voorbeeldencorpus komt aankleden vaak voor in combinaties zoals: het aankleden, aankleden en, aankleden van.
Context rond Aankleden
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 13.6 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 8 midden, 10 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 3 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Aankleden
- In deze selectie staat "aankleden" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 13.6 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral keuken, minuten, netjes, kun, deed en koken op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "aankleden".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn aan het aankleden en beperkt kunt aankleden. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "aankleden" dicht bij woorden als biddinghuizen, bruggetje en dressuur, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met aankleden
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ik ga mij aankleden. (4 woorden)
Moet jij je niet aankleden? (5 woorden)
Ik moet me aankleden voor school. (6 woorden)
Geen al te zacht beddengoed, niet te warm aankleden, goed ventileren, de eerste twee jaar geen dekbed gebruiken en het bed zo opdekken dat de baby niet met zijn gezicht onder het deken kan komen. (35 woorden)
De achteruitgang is van die aard dat de persoon in kwestie moeite heeft met dagelijkse activiteiten zoals zich zelfstandig aankleden of verzorgen, eten koken, naar de winkel gaan, enzoverder. (29 woorden)
Als verzorgende helpt Puck ouderen in en uit bed, met douchen en aankleden, bij het aantrekken van steunkousen, medicijnen en andere verpleegkundige taken, zoals katheteriseren en injecteren. (27 woorden)
Waarom moet ik me netjes aankleden? (6 woorden)
Ik kan me niet alleen aankleden. Kun je me alsjeblieft helpen? (11 woorden)
Moet jij je niet aankleden? (5 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Keuken aankleden met trendy keukenaccessoires Keuken aankleden met trendy keukenaccessoires De keuken is de ruimte in huis waar alles bij elkaar behoorlijk wat uurtjes worden doorgebracht.
In het leger moet je je in twee minuten aankleden.
Ik moet me aankleden voor school.
Ik ben me nog aan het aankleden.
Waarom moet ik me netjes aankleden?
Ik kan me niet alleen aankleden. Kun je me alsjeblieft helpen?
Moet jij je niet aankleden?
Ik ga mij aankleden.
Sorry, ik moest me even aankleden.
Dan kan ik me aankleden terwijl ik m'n ontbijt maak.
Nee, mij aankleden deed hij niet.
Als verzorgende helpt Puck ouderen in en uit bed, met douchen en aankleden, bij het aantrekken van steunkousen, medicijnen en andere verpleegkundige taken, zoals katheteriseren en injecteren.
De achteruitgang is van die aard dat de persoon in kwestie moeite heeft met dagelijkse activiteiten zoals zich zelfstandig aankleden of verzorgen, eten koken, naar de winkel gaan, enzoverder.
De enige voorwaarde was dat hij mij mocht aankleden.
Geen al te zacht beddengoed, niet te warm aankleden, goed ventileren, de eerste twee jaar geen dekbed gebruiken en het bed zo opdekken dat de baby niet met zijn gezicht onder het deken kan komen.
Het begint bij de ‘Sprint’, die je zeer beperkt kunt aankleden.
Het kan gaan van hulp bij het wassen, aankleden, koken of bijvoorbeeld boodschappen doen.
Het veranderend gedrag kan zich uiten door: achterdocht, boosheid, frustratie, angst, ontremming, onrust, verlies van initiatief (niet meer willen wassen of aankleden), nabijheid zoeken, voortdurend vragen stellen.
Ik wilde die bij wijze van spreken aankleden en als een antropoloog beschrijven.
Je moet je alleen wel wat warmer aankleden.
Veelvoorkomende combinaties met aankleden
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- het aankleden 26×
- aankleden en 24×
- aankleden van 20×
- en aankleden 17×
- aankleden met 14×
- kunt aankleden 7×
- wassen aankleden 6×
- verder aankleden 6×
- kan aankleden 6×
- me aankleden 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "aankleden" in een zin?
Wat betekent "aankleden"?
Wat is "aankleden" in het Engels?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "aankleden" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl