Hieronder zie je Aankunnen in 20 voorbeeldzinnen uit het Nederlands, met uitleg van de betekenis en verwante woorden zoals aanpassen of aangepast. Handig bij het schrijven of nakijken van een tekst.
Aankunnen in een zin
Aankunnen betekenis
- iets of iemand de baas kunnen zijn
- een kledingstuk met fatsoen kunnen dragen
- iets kunnen verdragen
Voorbeeldzinnen (20)
Op dit ogenblik zijn er wel nog geen elektrische wagens op de markt die het maximaal vermogen van 400 kW aankunnen.
Als ze nu unisono vals zongen dan zou je het nummer nog kunnen transponeren naar een toonsoort die ze wel aankunnen.
Het probleem zijn de 500.000 mensen in de zorg, die het niet aankunnen, omdat ze zich met te veel moeten bezighouden.
Dat de politie tegenwoordig minimaal met zijn tweeën op straat gaan, komt omdat de vrouwtjes het niet alleen aankunnen.
De politiek kan wel allerlei taken op het bordje van de politie leggen, maar de politie moet dat wel aankunnen.
Er kan "grote schade in Duitsland ontstaan als de gemeenten in een situatie worden gebracht die ze niet meer aankunnen".
Die is simpel maar ambitieus: elke keer bewijzen en promoten dat ook mensen met een chronische ziekte een col aankunnen.
Aangezien er ook altijd honderden niet-covidpatiënten op de ic liggen, komt de grens in zicht van wat de ic’s aankunnen.
Maar meer in de vraag of de oprichter(s) in deze de feitelijke bestuurstaken aankunnen en/of verantwoord kunnen delegeren.
De commerciële testaanbieders zijn ingeschakeld omdat de GGD’en momenteel de grote vraag naar coronatesten niet aankunnen.
Duitsland constateert een dusdanig hoge instroom dat Bundesländer het niet meer aankunnen (icm Oekraïeners).
Dat moeten toch wel heel gelukkige mensen zijn, als ze zulke saaiheid en gelijkvormigheid mentaal aankunnen.
Je moet alleen wel uit kijken, de turbo kan meer leveren dan dat de zuigers aankunnen (net als bij de N20).
Dwars om dwars te zijn, de werkelijkheid niet aankunnen, ik zou wel eens willen weten wat hier achter zit.
Die mensen zijn sowieso bang dat ze het werk niet zullen aankunnen en dan ook hun uitkering verliezen.
Al besefte ze in de aanloop naar dit proces dat zelfs de sterkste schouders dit niet alleen aankunnen.
Dat projecteren mensen op de uitvoerende instanties, die zelf ook de massaliteit niet meer aankunnen.
De maatschappij van vandaag de dag vereist een veel snellere handelings-, beslis- en denksnelheid dan de meeste mensen aankunnen.
Dat laatste zouden de ouders ongetwijfeld ook emotioneel niet aankunnen, en dat is heel begrijpelijk.
Uit onderzoek zou immers blijken dat de benen veel meer aankunnen dan het brein denkt dat ze kunnen.
Veelvoorkomende combinaties met aankunnen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- niet aankunnen 44×
- meer aankunnen 25×
- aankunnen en 15×
- wel aankunnen 13×
- het aankunnen 8×
- zou aankunnen 6×
- aankunnen om 5×
- dat aankunnen 5×
- aankunnen maar 5×
- moeten aankunnen 4×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "aankunnen" in een zin?
Wat betekent "aankunnen"?
Wat zijn synoniemen van "aankunnen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "aankunnen" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord aankunnen. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl