Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Aarzelde.
Voorbeeldzinnen (20)
Ik aarzelde om zijn graf te verlaten.
Hij aarzelde om deel te nemen aan de vergadering.
Hij aarzelde een tijdje.
Hij aarzelde om ernaartoe te gaan.
Ik aarzelde niet.
Hij aarzelde voordat hij antwoordde.
Hij aarzelde tussen naar huis gaan en blijven werken op het kantoor.
Waarom aarzelde ze?
Hij aarzelde een fractie van een seconde te lang.
Hij aarzelde een ogenblik.
Tom aarzelde een ogenblik voor hij antwoord gaf.
Ik aarzelde welke weg ik zou nemen.
Hij aarzelde voor niets.
Ik aarzelde om in te stemmen.
Tom aarzelde om het onderwerp ter sprake te brengen.
Hij hield het pistool tegen haar hoofd, maar aarzelde om de trekker over te halen.
Hij aarzelde, maar stemde toe.
Tom aarzelde om Mary de waarheid te vertellen.
Tom aarzelde niet om Maria de waarheid te vertellen.
Ik aarzelde voordat ik antwoord gaf.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl