Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Aarzelde. Ontdek hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Aarzelde in een zin
Gerelateerde woorden
Gebruik van Aarzelde
- In het voorbeeldencorpus komt aarzelde vaak voor in combinaties zoals: aarzelde niet, aarzelde geen, hij aarzelde.
Context rond Aarzelde
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 7.8 woorden
- Plaats in de zin: 15 begin, 4 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Aarzelde
- In deze selectie staat "aarzelde" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 7.8 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral tom en voordat op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "aarzelde".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn al aarzelde hij bij en hij aarzelde een fractie. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "aarzelde" dicht bij woorden als aangrijpende, anticonceptie en arnhemmers, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met aarzelde
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Hij aarzelde een tijdje. (4 woorden)
Hij aarzelde een ogenblik. (4 woorden)
Hij aarzelde voor niets. (4 woorden)
Hij hield het pistool tegen haar hoofd, maar aarzelde om de trekker over te halen. (15 woorden)
Ik wilde naar die salon in het winkelcentrum van Leclerc, maar toen aarzelde ik. (14 woorden)
Hij aarzelde tussen naar huis gaan en blijven werken op het kantoor. (12 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ik aarzelde om zijn graf te verlaten.
Hij aarzelde om deel te nemen aan de vergadering.
Hij aarzelde een tijdje.
Hij aarzelde om ernaartoe te gaan.
Hij aarzelde voordat hij antwoordde.
Hij aarzelde tussen naar huis gaan en blijven werken op het kantoor.
Hij aarzelde een fractie van een seconde te lang.
Hij aarzelde een ogenblik.
Tom aarzelde een ogenblik voor hij antwoord gaf.
Ik aarzelde welke weg ik zou nemen.
Hij aarzelde voor niets.
Ik aarzelde om in te stemmen.
Tom aarzelde om het onderwerp ter sprake te brengen.
Hij hield het pistool tegen haar hoofd, maar aarzelde om de trekker over te halen.
Hij aarzelde, maar stemde toe.
Tom aarzelde om Mary de waarheid te vertellen.
Tom aarzelde niet om Maria de waarheid te vertellen.
Ik aarzelde voordat ik antwoord gaf.
Ik wilde naar die salon in het winkelcentrum van Leclerc, maar toen aarzelde ik.
Al aarzelde hij bij één anekdote toch even.
Veelvoorkomende combinaties met aarzelde
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- aarzelde niet 49×
- aarzelde geen 29×
- hij aarzelde 20×
- aarzelde om 15×
- ik aarzelde 11×
- aarzelde hij 8×
- aarzelde ze 7×
- die aarzelde 7×
- ze aarzelde 6×
- en aarzelde 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "aarzelde" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "aarzelde" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl