Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Abdiceren.

Abdiceren

Abdiceren betekenis

afstand doen van de troon, aftreden als vorst

Voorbeeldzinnen (9)

Nu alleen nog even abdiceren.

Het is niet eens zo belangrijk wát je doet, zolang je maar toont dat je zonder al te veel gekibbel, zonder abdiceren, werkt aan een plan voor het land.

Maar abdiceren deed hij niet.

Om de gemoederen te sussen besloot Karel IV te abdiceren ten gunste van Ferdinand en bracht hij Napoleon op de hoogte van de verwikkelingen.

Toen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op 28 juli 1914 de Internationale Controlecommissie ophield te bestaan verliet Wilhelm Albanië, zonder officieel te abdiceren.

Algemeen werd aangenomen dat Lahaut werd vermoord door wraakzuchtige royalisten die het niet konden verkroppen dat Koning Leopold III moest abdiceren onder druk van het gepeupel en straatoproer.

De Britse autoriteiten vreesde dat Alexander zou abdiceren als hij niet met Aspasia mocht trouwen.

De Britse autoriteiten vreesden dat Alexander zou abdiceren als hij niet met Aspasia mocht trouwen.

Toen na de dood van Hendrik VIII regent Thomas Seymour werd afgezet en werd vervangen door John Dudley was Bonner genoodzaakt te abdiceren.