Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Accusatief.

Accusatief

Accusatief | Accusatiefvorm

Accusatief betekenis

naamval voor het lijdend voorwerp

Voorbeeldzinnen (20)

De accusatief als naamval is geschrapt uit veel moderne grammatica's, maar aangezien de persoonlijke voornaamwoorden een afzonderlijke accusatief enkelvoud in -t hebben is dat soms moeilijk vol te houden.

Vergeet de accusatief niet!

In het Latijn zijn er zes naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, ablatief en vocatief.

Bij het leren van het Duits moet men vier naamvallen kennen. Deze naamvallen zijn de nominatief, genitief, datief en accusatief.

Afhankelijk van een zinstype staat het subject dus in de nominatief of accusatief.

Bij de accusatief van njeri, die normaal njeriun luidt, moet gezegd worden dat er een tweede vorm voorkomt, namelijk njerinë.

Die conclusie trekt men uit de wisseling tussen uueh ("weg", accusatief) en uuege ("weg", datief).

In alle vier de gevallen wordt steeds een onderscheid gemaakt tussen 'sterke' naamvallen (nominatief, accusatief en vocatief) en 'zwakke' naamvallen (de rest).

In dat laatste voorbeeld is aan het woord 'hen' te zien dat het onderwerp van de bijzin in de vierde naamval staat (accusatief), net als het lijdend voorwerp van de bijzin, 'die som'.

In de oudere taal kent alleen het persoonlijk voornaamwoord een onderwerps- en een voorwerpsvorm (nominatief en accusatief).

In het Latijn werd de accusatief vooral gebruikt om de grammaticale functie van lijdend voorwerp uit te drukken, maar hij kon ook nog verschillende andere functies hebben.

In later Latijn heeft de accusatief echter de overige naamvallen verdrongen.

Men neemt acht Indo-Europese naamvallen aan: de nominatief, accusatief, datief, genitief, ablatief, locatief, instrumentalis en vocatief.

Merk op dat hier het onderscheid nominatief-accusatief behouden blijft.

De vormleer kent de nominatief, partitief en accusatief, die elk de functie van subject of object kunnen krijgen.

Als men bij andere woordsoorten over "nominatief" spreekt, dan is dat uit het oogpunt van de historische grammatica een accusatief.

De instrumentalis is immers in feite het voorzetsel "ar"(met), dat in het enk. de accusatief gebruikt en in het mv. de datief.

Hij komt uit het Germaans hlaiwa, een accusatief meervoud.

In talen als het Latijn daarentegen kun je de namen omdraaien zonder dat de betekenis verandert: de naam Piet wordt in de accusatief Pietum.

Omdat dit Arcaicam Esperanto ook naamvallen zoals datief en genitief heeft (het Esperanto heeft alleen een accusatief die volstrekt regelmatig is) kan men bijvoorbeeld de structuur en woordvolgorde van een Latijnse tekst nauwkeuriger weergeven.