Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Achterrand.

Achterrand

Achterrand | Achterranden

Voorbeeldzinnen (20)

Tussen het donkere gedeelte van de middenband en de achterrand van de vleugel bevinden zich twee roodachtig bruine vlekken, die richting de achterrand overgaan in een roodbruin gegolfd lijntje.

De beennaad tussen wandbeen en voorhoofdsbeen is nogal complex van structuur: een richel op de voorrand van het wandbeen steekt in de achterrand van het voorhoofdsbeen; bij sommige latere vormen overlapt deze achterrand het wandbeen aanzienlijk.

Bij de staartplaat ligt de top meestal niet op de achterrand maar tussen de voor- en achterrand.

Dat achterrand daarvan wordt gevormd door een nauw verticaal quadratum dat onderaan gedeeltelijk overlapt wordt door het quadratojugale en waarvan de achterrand hol is.

Tussen surangulare en dentarium ligt, hoog op de achterrand, een klein driehoekige angulare; misschien had dit een dunne neergaande tak over de achterrand.

Aan de achterrand van de vijfde en verdere ribben zijn er intercostaalplaten te zien, platte verbredingen door het vastgroeien van verbeend bindweefsel of kraakbeen.

Aan de bovenste achterrand steekt een uitsteeksel naar boven tot aan het achterblad van het darmbeen zodat daar een foramen ilioischiadicum wordt omsloten.

Achteraan heeft het pterygoïde een ongebruikelijk uitsteeksel in de vorm van een plaat die naar de achterste zijkant van de hersenpan loopt, met een brede uitholling op de achterrand.

Alle tanden hebben kartelingen op de voorrand en achterrand.

Beenzwellingen liggen aan weerszijden van de achterrand van het doornuitsteeksel, ervan gescheiden door duidelijke groeven.

Beide haakvormige uitsteeksels omvatten een middenruimte die naar onderen overgaat in een kleinere luchtkamer met op de achterrand weer een middenrichel.

Bij alle sauropoden hebben de middelste en achterste halswervels zijuitsteeksels met richels op de onderzijde, langs de voorrand en langs de achterrand.

Bij de achterste halswervels wordt de achterrand van het gewrichtsvlak van de voorste gewrichtsuitsteeksels achteraan begrensd door een opvallende overdwars lopende trog.

Bij de atlas zou het intercentrum per zijde een eenkoppige dunne nekrib dragen die doorloopt tot de achterrand van de vierde halswervel.

Bij de derde wervel ligt de wervelboog vooraan, over de achterrand van de tweede wervel groeiend.

Bij de mannetjes zijn de vleugels aan de bovenzijde blauw, bij de vrouwtjes bruin met een rijtje halvemaanvormige vlekjes aan de achterrand.

Bij de middelste en achterste halswervels reikte de richel tussen de achterste gewrichtsuitsteeksels niet voorbij de achterrand van de wervelboog.

Bij het borstbeen zijn de uitsteeksels aan de buitenste achterrand niet aan het uiteinde verbreed.

Bij het jukbeen is de achterrand van de beenplaat richting quadratojugale bijna recht.

Bij KNM-ER 3891 echter heeft de vierde premolaar drie wortels en begint het jukbeen boven de achterrand van de vierde premolaar.