Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Adellijken.
Voorbeeldzinnen (11)
Stelt de adel nog iets voor, vinden adellijken zichzelf nog van belang, wat maakt adel dan nog tot adel en wat maakt patriciaat patriciaat?
Bosanquet was van adellijken huize via zijn betovergrootvader, de rechter Sir Nicholas Conyngham Tindal, die een afstammeling van de Scales-baronie was, een titel die echter sedert de 19de eeuw niet meer is opgeëist.
Door de opkomst van moderne bedrijven waren de adellijken en soldaten niet alleen niet meer nodig om orde te houden maar konden zij deze taak niet meer uitvoeren.
In Genua schrijft hij onder de patronage van rijke adellijken zijn laatste groot werken (instrumentale muziek, het oratorium Susanna).
Deze horigen geloven de koning en de adellijken nog steeds en werken net zo lang door tot ze er dood bij neervallen en/of in een rolstoel terecht komen.
Een scholtenboerderij had een scholte of scholteboer, die in dienst stond van een adellijken of geestelijken.
Het woord ´datsja´ kan vertaald worden als ´gift´ of ´geschenk´ en stamt uit de tweede helft van de negentiende eeuw, toen adellijken als ´datsja´ landpercelen van de tsaar ontvingen voor het verrichten van staatsdiensten.
Het wilde viertal van mevrouw Van Erlevoorts dochter Mathilde houdt er de lucht rein, in verband met den dwang tot betrekkelijke zuinigheid tot het ophouden van een adellijken naam.
In februari 1296 werd Przemyslaw II – door oppositionele adellijken – de Zaremba en de Nałęcz – ontvoerd en in Rogoźno (Rogasen) vermoord.
Na het overlijden van paus Sergius II laait de machtsstrijd tussen de adellijken die Rome regeren en de pauselijke partij hoog op.
Niet-adellijken gingen zich eveneens naar hun bezit noemen, zo noemde de ambtenaar Jan Ruychbroek zich nadat hij in 1448 huis te Werve in bezit kreeg Jan Ruychbroek van de Werve.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl