Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Af.

Af betekenis

klaar, gereed | helemaal uitgeput | niet langer op of aan iets

Voorbeeldzinnen (16)

We vragen ons af waarom.

Er valt bijna een knoop van je bloes af.

Ze ruimde de tafel af.

De hond ging op de postbode af.

Ik droomde er al van jongs af aan van om banketbakker te worden.

Jammer dat ik niet hoef af te vallen.

Ik vroeg me af of je vandaag zou komen opdagen.

Morgen moet het werk af zijn.

Dat hangt af van de context.

Het is gemakkelijk om in de hel af te dalen.

Het is vrijwel onmogelijk om het verslag morgen af te hebben.

Het was geen goed idee om me af te melden.

Het gaat hem niet best af, maar je moet toch toegeven dat hij zijn best doet.

Ik had net mijn huiswerk af, toen Ted me opbelde.

Geachte passagiers! Indien u het vervoermiddel betreedt zonder in het bezit te zijn van een geldig abonnement, stempel dan uw plaatsbewijs af vóór de volgende halte.

Ik vraag me af wat er gebeurd is.