Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afbelde.

Afbelde

Afbelde | Afbelden

Voorbeeldzinnen (4)

Dat ik diende af te rekenen met de onbeschikbaarheid van Konaté, Koita en uiteindelijk ook Al-Dakhil, die pas deze ochtend afbelde omdat ook hij met ziekteverschijnselen te kampen had, maakte het allemaal niet makkelijker natuurlijk.

Helaas zorgde een verdwaald norovirus ervoor dat het stel waarmee ik op pad zou gaan een uur van tevoren afbelde (aan de galm te horen deden ze die mededeling vanaf het toilet).

Alleen jammer dat president François Hollande, voor wie dit alles was georganiseerd, een uurtje van tevoren afbelde.

Toen Van Kemenade woensdagochtend tegen de verwachting in afbelde, klapte deze constructie in elkaar.