Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afkeer.
Afkeer betekenis
een sterke behoefte om zich tegen iets te keren omdat je het vervelend of verkeerd vindt
Voorbeeldzinnen (20)
Ik heb zelf ook een afkeer van bepaalde politici, mijn afkeer komt door hun beleid niet door wat anderen daar van zeggen.
Het onderzoek richt zich op de afkeer van homoseksualiteit, maar ook op het gedrag dat uit die afkeer voortvloeit.
Die koppen, die afkeer, de afkeer van het 'verliezen' zelf ze kunnen het allemaal niet verkroppen, wat?
Wat was er het eerst: De afkeer van Nederlanders naar alles uit het M.O., of kwam die afkeer pas opzetten na decennia van wangedrag, criminaliteit, misbruik van álle Sociale Voorzieningen etc. van de binnengekomen groep?
Meer nog dan de onderlinge afkeer hen uiteendrijft, brengt de afkeer van nederland of Frankrijk hen samen.
Mijn afkeer voor Rutte is inmiddels net zo groot als de afkeer voor de clowns van gisteren.
Hij ziet een afkeer tegen imperfectie in onze maatschappij en het is die afkeer, en niet de imperfectie zelf, die vaak zorgt voor stress en ongeluk.
Hoe vanzelfsprekend de afkeer ook mag zijn, belangrijk is dat ook de Marokkaanse gemeenschap uiting geeft aan haar afkeer van terreur, zegt hij.
Tot 85 procent afkeer van romazigeuners Tot slot is er een erg grote afkeer van de intrek van romazigeuners in Europa.
Zou het kunnen dat hun afkeer van volksnationalistische strekkingen groter is dan hun afkeer van kernwapens?
En dat de plotselinge afkeer van het rundvlees in belangrijke mate een ethische afkeer van sommige rundveehouderij-praktijken is?
Afkeer tegen of angst voor bepaalde categorieën personen Vaak wordt eveneens van een fobie gesproken wanneer iemand een afkeer heeft van een bepaalde categorie personen.
Daardoor ontwikkelde hij een afkeer tegen de geneeskunde en de wetenschap, een afkeer die een objectief onderzoek naar de effectiviteit ook later in de weg zou staan.
Omdat Satan een sterke afkeer van God heeft heeft hij ook een afkeer van diens schepping.
Omdat iedereen gewoonlijk houdt van een persoon die op hem gelijkt, hield deze moeder zielsveel van haar oudere dochter, terwijl ze een hartsgrondige afkeer had van de jongere.
Ik bekijk die foto altijd met afkeer.
Ik kan je verzekeren dat ik er altijd een afkeer van had.
Ik begrijp je afkeer.
We interviewden de gevangenen nog eens, en alhoewel iedereen een afkeer leek te hebben voor Count Leoline, niemand bekende een wrok sterk genoeg om hem te doden.
Ze hebben er een afkeer van.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl