Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afknapper.

Afknapper

Afknapper | Afknappen | Afknappers

Afknapper betekenis

een tegenvaller die zo groot is dat men daarna moeilijk of niet verder kan of gaat

Voorbeeldzinnen (20)

Honda daarentegen, was toch een tikkeltje een afknapper (of een enorme afknapper, volgens sommigen).

Dat wordt vast een afknapper.

Meisjes die alles denken te weten zijn een afknapper.

Afknapper bij een meid.

Bij Bonkers echter niet, zijn champignottje was een afknapper.

Dat is inderdaad wel een afknapper.

Dat vind ik echt een afknapper.

Dirks (50) seksleven lijdt onder zijn ene afknapper.

Ik vind geel als kleur voor een sport(ieve) uitvoering van een model eigenlijk altijd geslaagd, maar om die carrosseriekleur dan zo prominent terug te laten keren in het interieur, da’s voor mij dan weer een enorme afknapper.

Ja, Wat een afknapper was dat zeg.

Los van de best extreme nieuwprijs van de 8 was ook het exterieur, maar vooral het interieur zo’n enorme afknapper, dat de 8 alleen daarom al niet meer im frage was.

Maar ik zag laatst een video waarop ze praatte, en dat was een beetje een afknapper.

Mooi model, echte estate, goedkoop interieur met de digitale panelen, echt een afknapper.

Ook een afknapper is de openingsregel: „Tja, wat zal ik eens schrijven?”.

Wat een afknapper, met gierende banden naar huis.

Zelf word ik niet eens verliefd op knappe mannen die niet leuk zijn, dat is een seksuele afknapper.

Amin en zijn date hebben een gesprek over een absolute afknapper.

Dat BMW deze rechtsachter plaatst is voor mij onbegrijpelijk en een afknapper.

Dat de zaalcapaciteit voorlopig beperkt blijft tot 70 procent, is een grote afknapper, geeft Bonte aan.

Een oorzaak, zoals een afknapper, om het huwelijk zo abrupt te stoppen, had Sander ook niet, vertelde Astrid.