Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afmaakten.
Voorbeeldzinnen (13)
Buurtbewoners begonnen met blussen, waarna de brandweerlieden het even later afmaakten.
Doelman Coucke hield z’n team in de eerste helft recht, waarna Druijf en Cuypers het na de pauze afmaakten.
Het werd een dodenmars, waarbij de SS’ers iedereen afmaakten die niet meer meekon.
Als Stanciu en Chipciu de open kansen afmaakten, had het anders kunnen uitdraaien.
Ik vond wel dat ze zich iets te makkelijk afmaakten van de existentiële nood van een vrouw met veel zelfkennis die haar kinderen ‘trouw tot in de dood’ wilde blijven.
Voorwaarde was echter wel dat werknemers hun ‘hardloopkuur’ afmaakten en dus echt zes weken lang, drie keer per week hadden hardgelopen.
Het probleem is alleen dat we onze kansen niet afmaakten.
Hij bereidde voor wat Vasco da Gama in 1498 en de ontdekkingsreizigers na hem afmaakten.
Omdat de Turken het karwei maar niet afmaakten, bleef Feyenoord in de wedstrijd.
Hij bood ze een veilig huis, zorgde dat ze hun school afmaakten en niet konden worden gerekruteerd door de maffia.
Ik sta er nog steeds versteld van als ik jonge vrouwen in de dertig spreek en die me vertellen dat veelal hun vaders - soms ook beide ouders - niet wilden dat ze hun studie afmaakten.
Toen waren er echter 29 atleten die de marathon niet afmaakten.
Via de lift belandt ze in de ruimte waarin de leden van het genootschap toekeken hoe zij en haar medeslachtoffers elkaar afmaakten.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl