Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afpakjesdag.

Afpakjesdag

Voorbeeldzinnen (8)

Ambtenaren: "Ha, vandaag is het AFPAKJESDAG"!

In de wet stond ook niet dat je meineed moest plegen, of stukken achter moest houden voor de rechter, of het moest hebben over nesten met Antillianen en afpakjesdag.

Misschien kunnen ze de prijs symbolisch uitdelen aan het lid van het CAF-team dat de term 'Afpakjesdag' heeft bedacht.

Eerst afpakjesdag, toen aflakjesdag en deze week weer afzegjesdag.

Het was trouwens niet die data maar mensen die spraken van afpakjesdag.

Tijd voor Afpakjesdag bij de Oranjes!

Willens en wetens mensen, gezinnen, relaties ruïneren; "duo pek en veren", "license to disturb", "afpakjesdag".

Yepp van afpakjesdag dacht een medewerker van de fiod dan weer aan inpakjesdag.