Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afpakken.

Afpakken

Afpakken | Afpakker | Afpakkers

Afpakken betekenis

ontnemen, afnemen

Voorbeeldzinnen (20)

Rijbewijs afpakken, bij dubbele nationaliteit die ook afpakken.

Zij is een van de mensen waar de heer Wilders op afgeeft, waar hij haat tegen zaait, die hij de koran wil afpakken, die hij hun moskeeën wil afpakken.

Kinderen snoep afpakken, je zou dat groenlinkse gajes de subsidiepoet afpakken, de wereld en Nederland zou ineens te klein zijn.

Nl Paspoort afpakken, en als het een NL bekeerde mafkezin is, paspoort afpakken en zoek het maar uit.

Waarom zou ik jouw autosleutels afpakken?

Hebben jullie op het land gezwoegd... om het te laten afpakken?

Je wilde iets van me afpakken wat ik niet heb.

Elke idioot kan je een klap verkopen en 'm afpakken.

Ik had het moeten afpakken.

Mijn zoon haat me en nu... wil de bank mijn huis afpakken, dus als jij mijn hoofd wil, neem het maar.

Wie gaat hem van je afpakken?

Je bent vast bang dat ze je geliefde badge van je afpakken.

Jullie kunnen anderen hun leven niet zomaar afpakken.

Als iets je hart wil afpakken, grijp je toch eerst het zijne.

Wil je me m'n kinderen afpakken?

Ja, dat kunnen ze ons niet afpakken, is het niet?

Laat deze monsters niet alles afpakken van ons.

Afpakken van achternaam is natuurlijk racisme.

Auto afpakken is niet genoeg.

Comments over wagens afpakken en schandesprekers, pruttelen meestal met hun dacia duffer met 82 over de linkerbaan.