Afpakken is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Afpakken betekenis
ontnemen, afnemen
Gebruik van Afpakken
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: ontnemen, afnemen
- In het voorbeeldencorpus komt afpakken vaak voor in combinaties zoals: afpakken van, afpakken en, wil afpakken.
Context rond Afpakken
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 11.5 woorden
- Plaats in de zin: 6 begin, 5 midden, 9 einde
- Zinsoorten: 15 stellend, 5 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Afpakken
- In deze selectie staat "afpakken" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 11.5 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral wil, paspoort, rijbewijs en grijp op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "afpakken".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn van je afpakken en afpakken van achternaam. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "afpakken" dicht bij woorden als burgerlijk, channel en chatgpt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met afpakken
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Ik had het moeten afpakken. (5 woorden)
Auto afpakken is niet genoeg. (5 woorden)
Waarom zou ik jouw autosleutels afpakken? (6 woorden)
Zij is een van de mensen waar de heer Wilders op afgeeft, waar hij haat tegen zaait, die hij de koran wil afpakken, die hij hun moskeeën wil afpakken. (29 woorden)
Mijn zoon haat me en nu... wil de bank mijn huis afpakken, dus als jij mijn hoofd wil, neem het maar. (21 woorden)
Kinderen snoep afpakken, je zou dat groenlinkse gajes de subsidiepoet afpakken, de wereld en Nederland zou ineens te klein zijn. (20 woorden)
Waarom zou ik jouw autosleutels afpakken? (6 woorden)
Hebben jullie op het land gezwoegd... om het te laten afpakken? (11 woorden)
Wie gaat hem van je afpakken? (6 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Rijbewijs afpakken, bij dubbele nationaliteit die ook afpakken.
Zij is een van de mensen waar de heer Wilders op afgeeft, waar hij haat tegen zaait, die hij de koran wil afpakken, die hij hun moskeeën wil afpakken.
Kinderen snoep afpakken, je zou dat groenlinkse gajes de subsidiepoet afpakken, de wereld en Nederland zou ineens te klein zijn.
Nl Paspoort afpakken, en als het een NL bekeerde mafkezin is, paspoort afpakken en zoek het maar uit.
Waarom zou ik jouw autosleutels afpakken?
Hebben jullie op het land gezwoegd... om het te laten afpakken?
Je wilde iets van me afpakken wat ik niet heb.
Elke idioot kan je een klap verkopen en 'm afpakken.
Ik had het moeten afpakken.
Mijn zoon haat me en nu... wil de bank mijn huis afpakken, dus als jij mijn hoofd wil, neem het maar.
Wie gaat hem van je afpakken?
Je bent vast bang dat ze je geliefde badge van je afpakken.
Jullie kunnen anderen hun leven niet zomaar afpakken.
Als iets je hart wil afpakken, grijp je toch eerst het zijne.
Wil je me m'n kinderen afpakken?
Ja, dat kunnen ze ons niet afpakken, is het niet?
Laat deze monsters niet alles afpakken van ons.
Afpakken van achternaam is natuurlijk racisme.
Auto afpakken is niet genoeg.
Comments over wagens afpakken en schandesprekers, pruttelen meestal met hun dacia duffer met 82 over de linkerbaan.
Veelvoorkomende combinaties met afpakken
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- afpakken van 34×
- afpakken en 26×
- wil afpakken 13×
- het afpakken 12×
- laten afpakken 8×
- willen afpakken 7×
- geld afpakken 7×
- afpakken is 6×
- kunnen afpakken 6×
- paspoort afpakken 5×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "afpakken" in een zin?
Wat betekent "afpakken"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "afpakken" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl