Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afritsbroek.

Afritsbroek

Afritsbroek | Afritsbroeken

Afritsbroek betekenis

broek die men korter kan maken door er de pijpen van af te halen met een ritssluiting

Voorbeeldzinnen (7)

Hallo Cor & Don, Toewie ol inkloesief "effe 8 dagen eruit" Vinex-volk gekleed in afritsbroek en bloemetjes leggings: aanschouw uw toekomst en een er vast aan.

En dan doel ik niet op hun kleur of haardracht, maar aan het feit dat zij GEEN afritsbroek dragen.

Een jongen, met halflang haar, afritsbroek, een te groot T-shirt, ongeschoren en een camera om zijn nek, stopt hem wat toe.

Zo’n man die je ziet fietsen in een windjack in een suffe kleur blauw en een afritsbroek, wiens vrijetijdscolbertjes net te slobberig zijn en die op een zomers feestje uit de band springt in een schreeuwerig hawaïhemd.

Opvallend veel afkeur was er verder voor de legging, vooral de witte, de sok in de sandaal, de spijkerbroek met gaten, de bodywarmer, de papabroek met grote zakken en de afritsbroek.

Bergschoenen, een afritsbroek en een polo met zweetplekken en je bent Pinkpop-proof.

Ik (Jordi) ben er nog geslaagd voor een afritsbroek.