Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afstammelinge.

Afstammelinge

Afstammelinge betekenis

vrouwelijke bloedverwant in neerdalende lijn

Voorbeeldzinnen (7)

Ik heb koninklijk bloed, afstammelinge van Achileas.

Een afstammelinge van die man klopte vijf jaar geleden aan bij Sandgruber en vertelde hem over de brieven die ze onder het dak van haar huis had aangetroffen.

Ze was een lid en oudste van het Chinookvolk en een directe afstammelinge van opperhoofd Comcomly.

Jonkvrouw Ollengren: afstammelinge van Zweedse adellijke patriers familie.

Bleek dat de vrouw een afstammelinge was van een oom van een van de vissers.

Dat Adela als afstammelinge van Karel én Alfred 'de Grote' het met Balderik aanlegde, is dan wel een zeer opmerkelijk gegeven.

Een afstammelinge van Vipsania en Gallus, Pomponia Gra(e)cina, werd een voorname dame.