Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afsteek.

Afsteek

Afsteek betekenis

het afscheiden door middel van een steekwerktuig | een wegafslag | het doen ontbranden van iets

Voorbeeldzinnen (7)

Als iedereen zich keurig aan de afsteek regels houdt is er niets aan de hand.

Laat liefhebbers hun afsteek plezier hebben 20.00 op elke andere winterdag.

Ook baal ik er van dat, hoewel ik zelf geen vuurwerk afsteek, mijn oprit elk jaar een ravage is door de vuurwerkrotzooi van de omwonenden.

Maar je vindt het toch wel goed dat ik vanavond mijn berg vuurwerk afsteek?

Als ik tijdens de lunch een dergelijk verhaal afsteek kijkt hij me altijd vuil aan en stamelt wat van 'ja maar in Nederland moet je compromissen sluiten'.

Ja, zo krijg ik eind december een brief met iets over het afsteken van vuurwerk terwijl ik geen vuurwerk afsteek.

TIJDENS EEN FEEST bevind ik me op een tafel vanwaar ik een warme feestrede afsteek.