Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Afzakkend.

Afzakkend

Afzakkend | Afzakkende

Voorbeeldzinnen (7)

Normaal lelijke, korte, oudere vent met buik en afzakkend haar, dat niet langer bovenop groeit maar juist uit openingen als neus en oren.

De één draagt een afzakkend masker en de ander lijkt een doek of een tafelkleed over het hoofd te hebben getrokken om onherkenbaar te blijven.

Met een afzakkend metalen of kunststof rand van een verkeerd formaat blijf je een oubollige tut.

Maar de gletsjer afzakkend verdwijnen je voeten zomers plots niet meer in knisperende sneeuw, ze stappen over een wit viltachtig doek.

Naar boven rijdend, die grote buik van de boot in met grommende motor over het ratelende ijzer, of straks weer afzakkend om bij het open gat beneden ineens weer land onder de wielen te voelen.

Wat teruglopende schedel, neuslijn kon wat rechter, goed oor, oog en gebit, goede beharing maar er zit wat grijs in, goede rug maar wat afzakkend kruis, onderborst moet dieper komen, goed gangwerk.

Een groot deel van zijn terugreis legt hij, de Rijn afzakkend, per boot af.