Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Amai.

Amai

Amai | Amaia | Amaidhi | Amaimon | Amaizin

Amai betekenis

(vooral Vlaams) een korte uitroep van teleurstelling, verwondering of verbazing

Voorbeeldzinnen (20)

Amai, wat ik toen over me heen gekregen heb.

Amai, zo erg en sterke vrouw ben jij.

Dat is inmiddels bijna tien jaar geleden, maar intussen toert hij met zijn zaalshow Senne en Lokko, speelt hij op de toetsen bij Admiral Freebee en bereidt hij het tweede seizoen van de VRT-talkshow ‘Amai Zeg Wauw’ voor.

Een gepersonaliseerd kenteken met amai, Belgischer dan dat wordt het niet.

Misschien zeggen ze bij Woestijnvis binnen drie jaar: ‘amai, wat een oude foef is die Tess geworden’ en schuiven ze me alsnog aan de kant.

Oh, het gaat hier andersom begrijp ik, amai.

Amai nog niet, zo een wereldtalent en dan nog zijn eigen zoon.

Amai zunne, ik lees altijd alleen GeenStijl en had de papieren krant opgezegd.

De mensen van Amai zorgden mee voor de aankleding van het festivalterrein.

De stad die niet langer is bedoeld om in te wonen, is ironisch genoeg een stukje leefbaarder geworden omdat de sneeuwschuivers nu bij de amai-zeggers hun ruzies uitvechten.

Ik zag daar mensen binnengaan voor een leuke avond en dan dacht ik wel: amai, hoe gaat de bevolking dit verteren?

We hebben ook grote slingers gemaakt die je hier en daar ziet hangen”, zegt Elke van Amai.

Zeker en vast, Amai!

Amai, alwaar is uw bedrijf beschadigd geraakt, dat treft mij evenzeer amechtig.

Amai, chapeau, u bent een mooi persoon, veel respect daarvoor.

Met deze driedaagse marathon heropent parenclub Amai feestelijk haar deuren na ruim anderhalf jaar door corona te zijn dicht geweest.

Amai, dat heb ik al dikwijls mogen uitleggen.

Amai, die zullen het ook warm hebben met zo 'ne frak'!

Amai is Vlaams Van Rossem.

Momenteel telt Compagnie Amai om en bij de 50 leden die elk hun plaats hebben binnen het gezelschap.