Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ambachtsheerlijkheid.

Ambachtsheerlijkheid

Ambachtsheerlijkheid betekenis

de waardigheid van een ambachtsheer met de daaraan verbonden rechten | het grondgebied of de landstreek, waarover de jurisdictie van deze ambachtsheer zich uitstrekt, het ambacht

Voorbeeldzinnen (20)

Tot in de jaren vijftig van de 19e eeuw stond de gemeente bekend onder naam Melis- en Mariekerke of voluit Meliskerke en Mariekerke; de gemeente was een fusie van de ambachtsheerlijkheid Meliskerke en de ambachtsheerlijkheid Mariekerke.

Alhoewel het gebied bestuurlijk sinds 1795 onder Nieuwer-Amstel viel was de ambachtsheerlijkheid van Amstelveen en Nieuwer-Amstel al in 1529 verkocht aan Amsterdam, dat er dus de baas was evenals over de vaarweg ernaartoe, de Kostverlorenvaart.

Daarmee was het ontstaan van de ambachtsheerlijkheid Vossemeer een feit.

De huidige Laan van Cattenbroek is in 1933 naar de ambachtsheerlijkheid genoemd.

De kleine ambachtsheerlijkheid Cattenbroeck had een oppervlakte van 225 hectare en telde in 1748 slechts vier huizen.

Deze boerderij diende vroeger als gerechtshuis voor de Ambachtsheerlijkheid Willeskop.

Deze Hoogenban was evenals Overschie een ambachtsheerlijkheid, dat later met Overschie samengevoegd werd.

Een halve eeuw later was Gouderak 'ambachtsheerlijkheid', dat het recht geeft om recht te spreken.

Gedurende 28 jaar erfachtig beëdigd landmeter in dienst van de ambachtsheerlijkheid van de stad Kortrijk.

Het woord ambacht duidt op de rechtsmacht in het aangewezen gebied; overdrachtelijk wordt ambachtsheerlijkheid ook voor het grondgebied gebruikt.

Hij kocht omringend land op waardoor de nieuwe ambachtsheerlijkheid met de ridderhofstad meer dan 100 hectaren omvatte.

In 1771 kwam dit zogenaamde ambachtsherenhuis uiteindelijk gereed en is heden ten dage nog steeds de zetel van de ambachtsheerlijkheid.

In 1774 werd de afzonderlijke heerlijkheid Vrijberghe door koop toegevoegd aan de ambachtsheerlijkheid.

In Kerkbuurt werd in 1617 het Regthuys van de Ambachtsheerlijkheid Oostsanen gebouwd, net voor de grote bloei van Oostzaan.

In Purmerend verwierf Eggert zowel de lage- als de hoge heerlijkheid, zodat de banne volledig onafhankelijk werd van het baljuwschap Waterland, maar in de bannen Purmerland en Ilpendam verkreeg hij alleen de lage- of ambachtsheerlijkheid.

Ruim een halve eeuw later vinden we Gouderak terug als “ambachtsheerlijkheid”.

Het is de bedoeling dat de kar verder wordt getrokken door een werkgroep waarin behalve de ambachtsheerlijkheid ook de gemeente, de heemkundekring, de stichting Oud-Vos méér en de stichting Van 't Hof-Quist zitten.

De boerderij was eigendom van de ambachtsheer, de vroegere bewindshebber van de ambachtsheerlijkheid waar Zaamslag destijds onderdeel van uitmaakte.

De naam Mathenesse verwijst naar een ambachtsheerlijkheid die al in 1276 wordt genoemd.

Elk had een eigen aandeel in de ambachtsheerlijkheid, die was verdeeld in 1026 aandelen.