Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Amuseeren.

Amuseeren

Amuseeren | Amuseer | Amuseerde | Amuseerden

Voorbeeldzinnen (3)

De zaal was stampvol en geen wonder, men wist te voren, dat men zich kostelijk zou amuseeren.

Men moet toch al zeer verzuurd zijn, om zich hierbij niet van tijd tot tijd te amuseeren.

Terecht noemen wij het een verrassing want niemand van 't gezelschap verwachtte de vroolijkheid, waarmede de Professor de kinderen gedurende anderhalf uur wist te amuseeren.