Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Amuseren.

Amuseren

Amuseren | Amuserend | Amuserende

Amuseren betekenis

op aangename wijze een indruk op iemand maken, iemand doen (glim)lachen | zich ~ met genoegen scheppen in een activiteit, zich vermaken

Voorbeeldzinnen (20)

Ze lijken zich goed te amuseren.

Het lijkt erop dat ze zich goed amuseren.

Amuseren jullie je?

Ik wil me amuseren.

Ze amuseren zich.

Jullie amuseren me.

Tom gaat zich daar waarschijnlijk mee amuseren.

Je zult je wel amuseren.

Kom, amuseren we ons nog een beetje meer.

Je gaat skiƫn je leert nieuwe mensen kennen en probeert je te amuseren.

Club Brugge gaat zich nog amuseren.

Daarnaast moest het een inclusieve constructie zijn waar kinderen met een motorische beperking, die niet kunnen klimmen of springen, zich ook op kunnen amuseren.

De kinderen konden zich amuseren op springdiertjes.

Die kwamen weer massaal op de wedstrijd af, bij de start waren ze al met meer dan 750. Het is niet de bedoeling om de loop te winnen door de snelste te zijn, gewoon om zo veel mogelijk rondjes af te leggen en je te amuseren.

Een miljoenenbod liep er afgelopen zomer niet binnen bij Brighton & Hove Albion, maar Leandro Trossard (27) blijft zich amuseren aan de Britse kust.

En dat is ook alles wat ik vraag van wie naar mijn optredens komt: dat ze zich amuseren, dat ze zich welkom voelen.

Enkele meisjes amuseren zich met hoelahoepen.

Flora Sandes was vanuit hedendaags perspectief een moderne vrouw: ze wilde vrij zijn, zich amuseren en mensen ontmoeten.

Ik heb ook geen alcohol nodig om me te amuseren.

Ik kan mij nog wel amuseren op een feestje, hoor.