Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Ankylosauria.

Ankylosauria

Voorbeeldzinnen (20)

Het eerste is normaal voor Ankylosauria, het tweede uitzonderlijk.

Lee sprak overigens van prevomeres in plaats van vomeres maar naar moderne inzichten hebben Ankylosauria helemaal geen prevomeres.

Sommige analyses hebben als uitkomst dat Mymoorapelta zich zeer basaal in de Nodosauridae bevindt, andere plaatsen de soort daarbuiten, in een aparte basale positie in de Ankylosauria of als deel van een Polacanthidae.

Sommige daarvan hebben vier tenen en Ankylosauria zijn de enig mogelijke makers als we aannemen dat Stegosauria al waren uitgestorven.

Specimen NHMUK R9293 echter laat volgens Blows structuren zien die overeenkomen met de cervical half-rings, een soort halsbergen die ook van andere Ankylosauria bekend zijn.

Verder volgde hij Walter Preston Coombs in de gedachte dat Ankylosauria een "benig ooglid" zouden hebben bezeten.

Ankylosauria zijn een groep vierpotige, herbivore, gepantserde dinosaurussen met imposante knokige staartveren.

Dit resulteerde in de aanwezigheid van twee afzonderlijke groepen ankylosauria dinosaurussen op dit continent: één met een plat, en één met een stekelig schedelpantser.

Wat erg opmerkelijk is, is dat andere Noord-Amerikaanse Ankylosauria dinosauriërs juist een zacht knokig pantser op het hoofd hebben.

De klade Ankylosauria werd in 2004 gedefinieerd door Paul Sereno als de groep omvattende alle soorten die nauwer verwant zijn aan Ankylosaurus magniventris dan aan Stegosaurus stenops, Pachycephalosaurus wyomingensis of Parasaurolophus walkeri.

Friedrich von Huene meende in 1914 dat het een eigen Ankylosauria toekwam maar dat werd pas algemeen aanvaard na een revisie door Alfred Romer in 1956.

Paul Sereno publiceerde de term, de "breedvoeten" vanwege hun verbrede hielbeen, als eerste in 1986 als naam van een minorde die de Stegosauria en Ankylosauria omvatte.

Andere auteurs zijn echter wat voorzichtiger omdat juveniele dieren moeilijk te plaatsen zijn en beperken zich tot een algemener Ankylosauria.

Bestudering van de hersenholte wijst erop dat de Polacanthidae, waaronder Gastonia wel wordt ingedeeld, wellicht de meest intelligente Ankylosauria waren met dus de grootste bewustheid van hun omgeving.

Bij veel vormen maakt de staart meer dan de helft van de lichaamslengte uit; bij sommige sauropoden en Ankylosauria draagt hij een beenknots.

Coombs probeerde allereerst de Ankylosauria een duidelijke plaats in de stamboom te geven, als ornithischische dinosauriërs, en verder hun indeling te vereenvoudigen tot een simpele splitsing tussen de Ankylosauridae en Nodosauridae.

Dat is de reden waarom Ankylosauria een dergelijk breed lichaam hadden.

Het sterkst is dit ontwikkeld bij de Thyreophora : de stekels en platen van de Stegosauria zijn ook huidverbeningen; bij de Ankylosauria is dit ontwikkeld tot een volledig pantser — de beenknots is echter een wervelvergroeiing, geen huidbeen.

Hierin beklemtoonden zij, geïnspireerd door de hoge ouderdom van de vondst, het basale karakter van de soort en gaven allerlei kenmerken waarin zij dichter bij de Stegosauria staat, de zustergroep waarvan de Ankylosauria zich hebben afgesplitst.

Op zichzelf waren de verwantschappen daarmee correct bepaald want Scelidosaurus behoort samen met de Ankylosauria tot een omvattender groep die wij nu de Thyreophora noemen.