Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Architraaf.

Architraaf

Architraaf betekenis

in de bouwkunst uit het Midden-Oosten, de Griekse en de Romeinse architectuur de onderste dragende balk in het hoofdgestel (kroonwerk) van een gebouw | onderste vlakke gedeelte aan een kroonlijst, de gevellijst | (houten) lijst als sierafwerking rondom een kozijn

Voorbeeldzinnen (20)

De oude inscriptie uit de tijd van Augustus werd weggehakt, waarna dunne platen marmer op de architraaf werden aangebracht waarin een nieuwe inscriptie werd aangebracht.

Het meest in het oog springend zijn de nog negentien rechtopstaande zuilen waarvan de kapitelen versierd zijn met fijn uitgehouwen palmetten en acanthusbladeren die een architraaf ondersteunen waarop een rijkelijk met friezen gestileerd hoofdgestel rust.

Daarboven waren een Dorische architraaf met inscriptie (), een Ionische fries en een kroonlijst geplaatst.

De architraaf van het linkerportaal bestaat uit een gecanneleerde sarcofaagfront uit de 13e eeuw met een afbeelding van een vrouw die tussen twee zegende herders bidt.

Acht Corinthische zuilen dragen een ronde balk, de architraaf.

Aan de binnenkant van de colonnade was de architraaf rond de buitenkant van de cella versierd met een doorlopend fries van 160 m. lang en 1 m. hoog.

Bovenaan de pui bevindt zich een gepleisterde architraaf die is voorzien van Jugendstil-motieven.

Boven op de zuilen rust de hoofdbalk (of architraaf) waarop de fries is aangebracht: in de Dorische orde bestaat die uit een ritmische afwisseling van beeldenvelden ( metopen ) en triglyphen (steenblokken met drie inkervingen of gleuven).

De drie lagen van het hoofdgestel hebben verschillende namen: de architraaf komt op de bodem, het fries in het midden en de gevormde kroonlijst ligt op de top.

De op de deurposten steunende architraaf verhaalt de geschiedenis van de patroonheilige van de kerk.

De prachtige voorgevel was een van de eersten voorbeelden van de nieuwe renaissance architectuur met pilasters en entablementen Het entablement vormt het dekstuk van de zuil: architraaf, fries en kroonlijst.

Deze is eveneens gedecoreerd met gestucte banden en wordt afgesloten door een gebogen timpaan op een architraaf.

Deze pilasters ondersteunen een architraaf met daarop een fronton met in het fronton een putto die de familiewapens van de eerste bewoners vasthoudt.

De zes enorme, losstaande zuilen die de gewelven dragen, hebben op een doorlopende architraaf na niets gemeen met de zijwanden van de kerk.

Dit heeft beperkingen voor de afstand tussen de zuilen omdat de lengte van de architraaf die aan buigspanningen (trek en druk) onderworpen is, beperkt moet worden.

Een inscriptie op de architraaf vermeldt dat het gebouw was gewijd aan de Divi Augusti en Athena Archegetis.

Onder de dekplaten van de kapitelen is een bladfries aangebracht, dat doorloopt boven de architraaf.

Op de andere kant van dezelfde architraaf zijn de zeven hoofdzonden met op het eind de duivel, die uit de mond van een monster komt, afgebeeld.

Vrouwen zijn nog sterker: de waarheid overwint alle.) Op een andere architraaf zijn de zeven werken van barmhartigheid afgebeeld met op het eind Sint-Petrus bij de poort van de hemel.

Boven op de zuilen rust de hoofdbalk (of architraaf) waarop de fries is aangebracht: in de Dorische orde bestaat die uit een ritmische afwisseling van beeldenvelden ( metopen ) en trigliefen (steenblokken met drie inkervingen of gleuven).