Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Argeloos.

Argeloos

Argeloos | Argeloosheid | Argeloo

Argeloos betekenis

zonder zich van mogelijk gevaar bewust te zijn, naïef, onschuldig

Synoniemen van Argeloos

Voorbeeldzinnen (20)

Naar de hel met positiviteit. Je kunt niet zo argeloos blijven.

Argeloos vertrouwensmodel is altijd kwetsbaar geweest.

Bovendien heeft Tamagotchi ons nooit gewezen op grappige standbeelden en andere items in de wereld waar je normaal argeloos langs loopt.

Het zijn ook nooit die fietsers die met nun noise canceling oordopjes in de oren op hun telefoon kijkend argeloos voor de auto langs vliegen.

Mijn hoofd bonsde nog van het lijden in Israël, terwijl ik hem argeloos vroeg hoe het met hem en zijn schapen ging.

Terwijl de selectie van FC Utrecht zich verzamelt voor de warming-up, zet trainer Ron Jans met een grote glimlach een speler die argeloos voorbij dribbelt, van de bal.

Van der Plas was eerlijk – of argeloos – genoeg om het hardop uit te spreken.

Ze gooien bijvoorbeeld argeloos hun blikje weg dat uiteindelijk in het veevoer belandt.

Er is niet mis met een tegengeluid maar wordt een beetje moe van mensen die argeloos anti covid berichten delen van mensen en organisaties die zich artsen noemen maar dat totaal niet zijn.

Geconfronteerd met de beschuldiging van een zoveelste lockdownfeestje, had Johnson aan het parlement verklaard dat hij een werkbijeenkomst achter de uitnodiging vermoedde en er daarom argeloos op ingegaan was.

Het gebeurt talloze keren per dag: iemand neemt argeloos de telefoon op, waarna een fraudeur probeert privégegevens afhandig te maken.

Sommige, nou ja, teveel mensen denken dat politiek argeloos wat roepen is.

Een dikke tien jaar geleden begon ik, heel argeloos, te reageren op de desinformatie die door pseudosceptici werd en wordt verspreid over klimaatwetenschap.

Het komt bedreigend over als je daar argeloos wandelt en er een kudde naar je toe galoppeert.

Jaren lang schaafde, schuurde, poetste en liefkoosde hij zijn gemotoriseerde vriend, totdat de gerenoveerde, glimmende bolide klaar was voor de bewonderende blikken van argeloos passerende automobilisten.

Met het oplopen van de ruzie met AstraZeneca rees de vraag of Brussel misschien argeloos een contract had getekend dat niet helemaal was dichtgetimmerd.

Argeloos is het woord wat mij te binnen schiet.

Een meeuw smult in de stad argeloos van een pakje friet, vermoedelijk onwetend dat dergelijke junkfood een aanslag is op zijn darmflora.

Het is de avontuurlijke herinnering van een argeloos kind, want oorlogscorrespondenten die begin februari arriveren, beschrijven dorpswegen met lijken, velden vol opgeblazen vee en bossen met besneeuwde wrakken van tanks en pantserwagens.

In zijn boek beschrijft ‘gasmeester’ Erich Bauer hoe dat ging: ‘Er werd nauwelijks weerstand geboden, de Joden gingen argeloos de dood in.