Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Askop.

Askop

Askop | Askoppeling

Voorbeeldzinnen (20)

Als de roeden door de askop gaan, zoals bij de meeste molens, zitten ze met 16 wiggen en 4 keerklossen (klampen) vast in de askop van een gietijzeren of houten bovenas.

Aan weerskanten van de askop zitten de uitneembare storm- of windluiken van waaruit men bij de askop kan komen.

Achter de askop zit er een groef, het zogenaamd waterhol, wat ervoor zorgt dat er langs de as geen regenwater naar binnen kan lopen.

De askop zat oorspronkelijk in het midden van de as.

De driehoekige voorkant van de kap boven de askop is gepotdekseld en dit deel heet het stormschild.

In 2007 zijn de roeden gestreken vanwege een defect aan de askop.

In 2009 was de binnenroede door de askop gezakt.

In de jaren 2000 werd de as met askop verwijderd.

Op de zijkant van de askop staat FYEN met daaronder OORD.

Soms moet het hekwerk van de binnenroede bij de askop ingekort worden, omdat anders het hekwerk tegen de kap zou lopen.

Vanaf het sluitliertje loopt de spansluitdraad naar een geleiderol vlak onder de askop op de achterkant van de binnenroede naar de kniehefboom van de zwichtring.

Voor de restauratie had de molen een gelinknageld stalen gevlucht uit Ruddervoorde en een askop gegoten in de Kempen.

Zodoende wordt voor de bediening van de Ten Have kleppen gebruik gemaakt van een zogenoemde 'zwichtring', die achter de askop zit.

De roeden worden ‘onthekt’ (het houtwerk wordt eruit gezaagd) en daarna met een telescoopkraan uit de askop getakeld en afgevoerd naar een straalbedrijf.

De gemeente Leiden heeft een vergunning verstrekt voor het vervangen van de askop en het wiekenkruis.

Gezien het feit dat in 1946 een andere as werd gestoken, moet aangenomen worden dat de Mercx-askop in 1944 verloren is gegaan.

Het wiekenkruis kwam, inclusief askop, naar beneden maar de houten roeden overleefden de val.

De roeden zijn gestoken door de Askop.

Het wiekenkruis bestaat uit een askop met vier wieken.

Hierdoor brak de askop in drie stukken.