Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Baanseizoen.

Baanseizoen

Voorbeeldzinnen (20)

Dat is echt het hoofddoel van mijn baanseizoen.

De wedstrijd was meteen de start van het nieuwe baanseizoen.

Ik zit midden in de voorbereiding op het baanseizoen", aldus de renster van SD Worx die twee ronden voor het einde wegreed.

Gedurende het baanseizoen van 2013 bleken Merritt en James verreweg de sterkste 400 meterlopers van dat jaar te zijn.

Het baanseizoen 2013 ging voor Koster uiterst voortvarend van start.

Op de wereldjaarranglijst stond Jesse Williams aan het eind van het baanseizoen negende.

Toen ben ik acuut gestopt', aldus De Jong aan het eind van het baanseizoen.

Vervolgens verliep het in de aanloop naar het baanseizoen voor wat betreft zijn aspiraties met de discus eveneens uitstekend.

De 24-jarige atlete ziet haar eindklassering als een mooie opsteker voor het baanseizoen.

Een pijnlijke lies en achillespees hinderen de sprinter dit baanseizoen.

Susan Krumins zoekt na een succesvol baanseizoen de weg weer op.

PURMEREND - Het baanseizoen voor de wielrenners mag dan in Nederland zo’n beetje klaar zijn, dat betekent niet dat iedereen dan maar de weg op gaat voor wedstrijden.

Ik focus me op het baanseizoen.

Dat wordt mijn laatste kans om het dit baanseizoen te leren.

In een druilerige sfeer werd paasmaandag in Sneek het baanseizoen begonnen.

Op dat moment had manager Jos Hermens reeds aangekondigd dat wat hem betreft het baanseizoen van zijn pupil voorbij is.

Selecteren van de atleten gebeurt aan de hand van te voren bepaalde wedstrijden (dit zijn de eerste wedstrijden van het baanseizoen), iedereen weet dan wanneer hij/zij moet meedoen en een prestatie moet leveren.

De zomertraining loopt van april tot en met september, gelijk met het baanseizoen.

Media pagina Deze pagina is met ingang van begin November met een schone lei gestart omdat het baanseizoen is afgesloten en het indoorseizoen en het crossseizoen weer gestart zijn.

Aan het begin van het baanseizoen liet Nageeye opnieuw van zich horen.