Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Babysitter.
Babysitter betekenis
iemand die, gewoonlijk tegen betaling, enige tijd oppast op iemands kind of baby
Synoniemen van Babysitter
Voorbeeldzinnen (20)
Hebben we voor vanavond een babysitter?
Ik heb geen babysitter nodig.
Tom is mijn babysitter.
Als de pizzabezorger echt van de babysitter houdt... waarom blijft hij dan op haar achterste slaan?
Oh, ja dat is ook zo, je bent babysitter.
Niet om u te beledigen, majoor maar ik baal ervan, dat we een soort babysitter nodig hebben.
Hij was een geweldige babysitter.
Ik heb geen babysitter nodig, met nadruk op 'baby'.
En wat ik jou zeg, is dat ik niet naar een S.E.C.-onderhandeling ga met een babysitter.
Bel anders effe een babysitter voor jezelf, ik wil deze shit niet.
Ik moest aan de babysitter uitleggen hoe de TV werkt.
Het gaat om een aangifte van misbruik uit het verleden van F., en is niet gerelateerd aan zijn latere werk als babysitter, heeft het Openbaar Ministerie bekendgemaakt bij een niet-inhoudelijke zitting in de zaak tegen de man uit de gemeente Schagen.
Stamos was het slachtoffer van seksueel misbruik door een babysitter, schijft het magazine ‘People’ na een openhartig interview met de acteur.
Ze schrijft dat ze aangerand werd door een babysitter tegen wie ze uiteindelijk in opstand kwam.
De man zou zichzelf in de omgeving van Keulen hebben aangeboden als babysitter en daarbij tussen 2005 en 2019 minstens twaalf kinderen hebben misbruikt.
Vijf jaar later kwam lieve zus en babysitter met plezier, alsook onze privé zangeres.
Of een babysitter op je hoofd, zoals men ook wel zegt.
Ik ben vroeger zijn babysitter geweest, vandaar misschien?
Dan vragen ze waarom ze niet bij Butters kunnen kijken en hij zegt dat dat komt omdat zijn ouders niet thuis zijn en hij geen babysitter heeft.
Eenmaal buiten zegt hij tegen zijn ouders dat hij geen babysitter meer nodig heeft.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl