Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bakkerszaak.

Bakkerszaak

Bakkerszaak betekenis

een winkel waar bakkerijproducten verkocht worden

Voorbeeldzinnen (16)

Beun de Haas is immers niet bedacht met een bakkerszaak in het achterhoofd.

De grootouders van Lennie hadden een bekende bakkerszaak aan de Grote Markt.

Nu is dat geen bakkerszaak meer, maar een gezellig café.

Ongeveer tien jaar geleden is ze gescheiden van haar man en ging ze als winkelbediende aan de slag bij de bakkerszaak.

Stel je voor, je opent een nieuwe bakkerszaak.

Ze voegt er meteen aan toe dat deze bakkerszaak nog wel even blijft bestaan.

Genoemd naar bakker Schuitemaker, die in de 19e eeuw op de hoek Bakkerstraat/Kerkstraat/Garderenseweg een bakkerszaak begon.

Op dit punt bevindt zich nog steeds een bakkerszaak.

Mogelijk deugt het huidige systeem niet en is het raar om een taxi vergunning te moeten kopen, terwijl ik wel een bakkerszaak kan openen, zonder mezelf te hoeven inkopen.

De eigenaar van de Zwolse bakkerszaak zegt overweldigd te zijn door alle steun die hij heeft gehad de afgelopen week.

De bakkerszaak waar verkoopster Ilse Michiels (54) ruim een jaar geleden in de kelder gewelddadig om het leven werd gebracht, krijgt dan toch een nieuwe invulling.

Hij was de vijfde generatie die in het pand een bakkerszaak open hield.

Ook hier topdrukte in de bakkerszaak van Brokking.

In 1919 neemt David van der Werff een bakkerszaak over in Bakhuizen.

Na een baan als verkoopadviseur bij een textielzaak, begon Boomgaard een bakkerszaak in de Amsterdamse Maasstraat.

Wanneer bijvoorbeeld een zin een slechte of geen syntactische structuur heeft, hoeft dit niet te betekenen dat ze voor de hoorder niet begrijpelijk is: * *Bakkerszaak zalm haal broodje met in jij nu wil graag ik.