Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Baljuwschap.

Baljuwschap

Baljuwschap | Baljuwschappen

Baljuwschap betekenis

vertegenwoordiger van de vorst in een bepaald gebied | gebied waarover een baljuw recht kan spreken

Voorbeeldzinnen (19)

Een afzonderlijk baljuwschap Schieland werd voor het eerst vermeld in 1273 als baljuwschap tussen Schie en Gouwe.

Deze plaats vormde in het verleden ook het meest noordelijk gelegen dorp van het baljuwschap van Montaigle.

Het baljuwschap Noord-Holland lag vrijwel geheel binnen de huidige provincie Zuid-Holland.

In Purmerend verwierf Eggert zowel de lage- als de hoge heerlijkheid, zodat de banne volledig onafhankelijk werd van het baljuwschap Waterland, maar in de bannen Purmerland en Ilpendam verkreeg hij alleen de lage- of ambachtsheerlijkheid.

Na de Franse tijd werd het baljuwschap voornamelijk een ceremoniële taak.

In 1685, onder het Franse koninkrijk, kwamen stukken van het Saargebied lang onder het Franse baljuwschap van Sarrelouis ‒ een stad die overigens ontstaan was als Frans grensfort.

In de strijd om te worden genoemd en erkend, schemerde de rivaliteit tussen de bakkers, de pruikenmakers en het baljuwschap, die zich allemaal naar voren elleboogden voor een plaats aan de tafel waar vrijheden, gunsten en voorrechten werden verdeeld.

Crijn Claesz wordt o.a. (als welgeborene) genoemd in het Dingboek van 1616 inzake de beëdiging van Gijsbrecht Corsz, van der Morsch als secretaris van het Baljuwschap Noordwijkerhout.

In de 16e eeuw viel Velsen onder het baljuwschap Brederode.

Buiten het baljuwschap vielen de hoge heerlijkheden en een aantal ambachten die in het bezit waren van de steden Delft en Vlaardingen.

Bouvignes was in het verleden tevens de hoofdplaats van het Baljuwschap van Bouvignes.

De geografische troeven, samen met de militaire troeven, zorgden ervoor dat de stad de zetel werd van ondergeschikt baljuwschap van Rouan.

Een afzonderlijk baljuwschap Delfland werd voor het eerst vermeld in 1273.

Het baljuwschap werd in 1567 door de stad Rotterdam gekocht van de Staten van Holland.

Met de komst van de Bataafse Republiek in 1795 kwam er een einde aan het baljuwschap.

Omstreeks dezelfde tijd werden het baljuwschap Schieland en het dekanaat Schieland gesticht.

Op de korte tijd dat hij het baljuwschap uitoefende onderscheidde hij zich door een doeltreffend optreden en door zijn groot aandeel in het ordenen van de oorkonden van het Doornikse.

Daarna krijgt hij vanwege zijn verdiensten aan het hof de 'Schachtekijnsepolder' in Zuid-Beveland en ook het baljuwschap van Zierikzee toegewezen.

Hij was koopman in Rotterdam en daarnaast secretaris van het baljuwschap Schieland en commissaris van kleine zaken en het waterrecht.