Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Bazig.
Bazig betekenis
autoritair, zich gedragend alsof een ander gehoorzaam moet zijn, de baas spelend
Synoniemen van Bazig
Voorbeeldzinnen (20)
Tom zal bazig zijn.
Tom werd bazig.
Als je mijn rapporten uit die tijd leest: hij let niet op, korte concentratieboog, te dominant, te bazig.
Dan is ze verongelijkt en bazig.
En bazig en autoritair tegen de ambtelijke medewerkers zijn geweest.
Op basis van *meningen* van derden concludeer jij dat Wilders mogelijk "bazig" is.
Het komt misschien wat streng of bazig over, maar zijn vriendelijke gezicht verraadt ook een ander karakter.
Je bent direct, bazig, confronterend, je wilt dat mensen hun werk goed doen, je bent niet altijd aardig.
Maar ik was altijd heel bazig.
Volgens Spence hadden de Chinezen direct een hekel aan Sneevliet, die ze bazig en doctrinair vonden.
Vrouwen die een leidinggevende functie uitoefenen, gaan we snel als bitchy of bazig zien, terwijl mannen die hun emoties tonen het risico lopen om zwak bevonden te worden.
Die zijn doorgaans handig en wat bazig.
En die zijn kans om bazig te doen grijpt.
Ik zie alleen maar een bazig mannetje dat de baas wil zijn.
Je bent er goed mee bezig,” reageert Annemiek bazig, waarna het gesprek weer vastloopt.
Elvira's moeder is hertrouwd met de huisknecht en keurt Elvira's gedrag duidelijk af, haar jongere broer Arnoud gedraagt zich arrogant en bazig.
Hermann Göring im Dritten Reich, p. 5 Göring, die koppig, verwaand en bazig was, kwam voor het eerst nadrukkelijk in contact met andere kinderen.
Lucas vindt haar maar een bazig type.
Ze kan soms bazig doen, maar meestal gedraagt ze zich zusterlijk tegen de andere locomotieven.
Ze was snel bazig en heeft vaak de leiding met organiseren.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl