Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Bedek.

Bedek

Voorbeeldzinnen (20)

Bedek de zaden met een beetje aarde.

Bedek je ogen.

Bedek uw ogen.

Bedek jullie ogen.

Bedek dat hout met een zeildoek.

Bedek uzelf goed!

Bedek jezelf goed!

Bedek de pan terwijl je kookt.

Bedek je oog zo, alsjeblieft.

Bedek uw oog op deze manier, alstublieft.

Bedek het met een bord.

Bedek ik haar met dit.

Ling Ling, bedek je oren en doe je ogen dicht.

Bedek het tere oog van de treurige dag.

Bedek echt je tong, nu slikken.

Als de kip bijna klaar is, lepel er dan wat passata over en bedek met wat plakjes mozzarella.

Bedek zeer royaal met kaas.

Bij het mulchen bedek je tijdens het maaien de grond met versnipperd gras.

Dan bedek je jouw negatieve gevoelens met oneerlijk gedrag.

Bedek de huid met (UV ultraviolet -werende) kleding en draag een pet of hoed met een brede rand.