Hoe gebruik je Beenkern in een zin? Bekijk 10+ voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt.
Gebruik van Beenkern
- In het voorbeeldencorpus komt beenkern vaak voor in combinaties zoals: de beenkern, beenkern van, een beenkern.
Context rond Beenkern
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 20.6 woorden
- Plaats in de zin: 5 begin, 6 midden, 9 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Beenkern
- In deze selectie staat "beenkern" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 20.6 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral echte, afhangende, tandeloze, ervan, vormen en minstens op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "beenkern".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn predentarium de beenkern van de en de beenkern van de. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "beenkern" dicht bij woorden als aanbid, aanbranden en aangifteformulier, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met beenkern
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
De beenkern van de epijugalia is erg groot en steekt naar achteren. (12 woorden)
De beenkern van de hoornen bovensnavel is breed, laag en weinig afhangend. (12 woorden)
Er is geen spoor van een predentarium, de beenkern van de ondersnavel. (12 woorden)
Bij de voet zijn ook de hoornschachten van de teenklauwen te zien, die de beenkern ervan verlengen, en grote zeer dikke en brede voetkussens die vooraan de tenen tot onder de klauw uitsteken, tot bijna de punt toe, zodat ze die beschermen tegen slijtage. (44 woorden)
Onder de snuit buigen beide onderkaken naar beneden en vormen zo een "kin" waarop zich een scherp naar voren uitstekende gezamenlijk beenstuk bevindt, het predentarium dat de beenkern vormt van de hoornen ondersnavel. (33 woorden)
De onderkaken zijn vooraan verenigd in een centraal predentarium, de beenkern van de ondersnavel, dat tamelijk breed is, tweemaal zo breed als lang, aansluitend bij de eveneens verbrede bovensnavel. (29 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Beide onderkaken hebben hier een gezamenlijk bot, het predentarium dat de beenkern van de ondersnavel vormt.
Bij de voet zijn ook de hoornschachten van de teenklauwen te zien, die de beenkern ervan verlengen, en grote zeer dikke en brede voetkussens die vooraan de tenen tot onder de klauw uitsteken, tot bijna de punt toe, zodat ze die beschermen tegen slijtage.
De beenkern van de epijugalia is erg groot en steekt naar achteren.
De beenkern van de hoornen bovensnavel is breed, laag en weinig afhangend.
De beenkern werd bij het levende dier vermoedelijk nog verlengd door een hoornschacht.
De eerste twee vingers dragen hoefvormige nagels; bij vingers drie en vier zijn die niet bekend en misten de, vermoedelijk wel aanwezige, hoornnagels een echte beenkern.
De handklauwen zijn niet bijzonder gekromd en voorzien van bij het Duitse exemplaar nog goed waarneembare hoornschachten die aan de beenkern nog de helft aan lengte toevoegen.
De onderkaken zijn vooraan verenigd in een centraal predentarium, de beenkern van de ondersnavel, dat tamelijk breed is, tweemaal zo breed als lang, aansluitend bij de eveneens verbrede bovensnavel.
De praemaxillae vormen samen een beneden de kaakrand afhangende beenkern van de bovensnavel.
De versmolten praemaxillae vormen de in zijaanzicht vrij spitse tandeloze beenkern van de bovensnavel met onderaan een scherpe golvende bijtrand.
De voet toont het afgietsel van een spitse teenklauw inclusief hoornschacht die de beenkern met de helft verlengt.
De voorkant van de snuit wordt gevormd door de praemaxillae die een beenkern vormen voor de bovensnavel.
Er is geen spoor van een predentarium, de beenkern van de ondersnavel.
Het dentarium van de onderkaak heeft een diasteem, een tandeloos hiaat, tussen het predentarium (de beenkern van de ondersnavel) en de tandrij.
Het neusbeen draagt een beenkern van een neushoorn die boven de achterrand van het neusgat geplaatst is.
Het zeer ruwe oppervlak is een aanwijzing dat de hoornlagen zeer dik waren en de hoogte van de beenkern minstens verdubbelden.
Hij bezit overeenkomstig het afgeleide kenmerk van het bezit van een rostrale als beenkern van de bovensnavel.
Ieder dentarium heeft een lengtegroeve als verankering voor het gezamenlijke predentarium, de beenkern van de ondersnavel.
Of deze tak tot in de beenkern van het neusbeen reikt is onbekend; men was niet bereid dit element doormidden te zagen om dit vast te stellen.
Onder de snuit buigen beide onderkaken naar beneden en vormen zo een "kin" waarop zich een scherp naar voren uitstekende gezamenlijk beenstuk bevindt, het predentarium dat de beenkern vormt van de hoornen ondersnavel.
Veelvoorkomende combinaties met beenkern
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de beenkern 28×
- beenkern van 24×
- een beenkern 3×
- beenkern ervan 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "beenkern" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "beenkern" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl