Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Behuisd.
Behuisd betekenis
~~ behuisd zijn: van een woning of gebouw voorzien zijn met de ~~ eigenschap | voorzien zijn van een huis
Voorbeeldzinnen (20)
Goed gevoed en goed behuisd, schoon en geventileerd, zal zij 150 eieren leggen.
Zeker weten dat over 5 jaar starters kleiner behuisd raken dan onze Woeffer, die had toch al gauw een kooi van 2 bij 3, en dan was het dak ook nog eens een stuk hoger dan bij die huidge lunchtrommeltjes.
Ware het niet dat zij natuurlijk door ons veeeel te klein behuisd zijn.
Gezinnen die krap behuisd zijn kunnen sinds kort toch in alle privacy van een uurtje tuinplezier gen.
Een hardnekkige mythe is dan ook dat de originele danelectro elementen in een restpartij lippenstifthulzen werden behuisd.
Zo werden de achterlichten rond en behuisd in chroom, kwam er een nieuw gebold ovalen radiatorrooster en nieuwe (Custom) 880 emblemen op de zijpanelen.
De villa is zeer goed onderhouden en behuisd maar liefst 5 slaapkamers en 5.5 badkamers.
Ik ben een beetje klein behuisd maar een Pygmee kan er altijd wel bij.
Doordat de oude parkeergarages plaats hebben gemaakt voor nieuwe, onder de grond, is deze pinkstergemeente nu een van de laatste die zo is behuisd.
Zeker als je klein behuisd bent vind je in het magazine bruikbare oplossingen.
Al ben ik momenteel ruim behuisd, er zijn grenzen.
Als je klein behuisd bent en geen vrouw/vriendin hebt die bij je woont, dan ik het best goed te doen om de motor in huis te zetten.
Dit zijn de instructies die onze tipgever bij een specifieke APR kreeg, dus het kan enigszins verschillen met de indeling bij APR’s die groter of kleiner zijn behuisd.
Roemenen zijn binnen Europa het krapst behuisd.
Het gebeurt vaker dat gezinnen klein behuisd zijn in steden, waar het woningaanbod kleiner is en de prijzen hoger liggen dan elders.
Veel bewoners zijn krap behuisd, zelf heeft ze een ruimere woning.
Dit heeft het bijkomende voordeel dat men meteen de mensen eruit kan filteren die om een of andere reden niet geschikt zijn (te klein behuisd, negatief verleden, niet goed bij geest zijn.
Jan Claessens verhuisde in 2003 naar Balen, maar omdat hij klein behuisd was, liet hij zijn mineralenverzameling bij zijn zus in Mol achter.
In die tijd waren de arbeidersgezinnen zeer slecht behuisd.
Klein behuisd, een kind van twee en een van één en een derde op komst, dat was de situatie waarin mijn ouders verkeerden.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl