Voorbeeldzinnen (6)
Met zijn voorstelling Marmer beitelt hij weg wat er niet toe doet.
Schoon, beitelt ze hem.
Hallucinatoir is een understatement geworden – Verhelst beitelt de taal keihard flou.
God beitelt de kennis van de Wet in het hart, die ook deze kennis is.
Dat is het eind van de cyclus, dat is het moment waarop je het in steen beitelt.
De zoon beitelt schone gestalten in marmer en krijgt opdracht een gestalte te boetseren van Johann Christoph Friedrich.
Rijmwoorden voor Beitelt
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl