Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Belden.

Belden

Belden | Belder | Beld | Belding | Belders

Voorbeeldzinnen (20)

Verkopers zeiden bijvoorbeeld dat ze belden over het huidige contract of dat ze belden met een ‘prijsbescherming’.

Hoe is dat gebeurd? Ik weet het niet. We belden de rattenvangers op en dan...

Ze belden me niet terug.

De kinderen sliepen toen hun grootouders hen belden.

Zij belden me.

Ze belden de politie.

Het is Oxford, ze belden mij weer vanmorgen.

We belden de politie en er kwamen een stel agenten.

Waar was je toen we belden?

De dag dat ze belden dat Sara niet kwam opdagen, zei uw assistent dat u onbereikbaar was.

We belden de dokter van je broer om het verlopen voorschrift te vernieuwen, maar we konden hem jammer genoeg niet spreken.

We belden zijn kantoor, ze zeggen dat hij uren geleden vertrok.

Als we plekken vrij hadden voor ons project van de Haventornado’s, mensen die de haven proper houden, dan belden we het OCMW en werden ons mensen gestuurd.

Bewoners belden de brandweer toen ze rook zagen.

Buren belden vanwege het geschreeuw de politie.

Buren hoorden gegil en gebonk en belden 112. Een getuige verklaarde later dat het leek alsof er iemand aan het houthakken was.

Buurtbewoners hoorden een harde knal, waarop ze meteen 112 belden.

Daarna klaagden ze over mensen die niet opnamen als ze hen belden namens het ziekenhuis waar ze beiden werkten.

Daarvoor was hij executive bij Belden en First Solar.

Dat deden ze, maar even later ging het zo slecht met Isa dat ze opnieuw met de huisartsenpost belden.