Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Belening.

Belening

Belening betekenis

het aangaan van een lening met inlevering van een onderpand

Synoniemen van Belening

Voorbeeldzinnen (20)

Als ambt voor pand en belening werd het in 1707 door Keizer Joseph I met een nadrukkelijke sociale functie in het leven geroepen om woeker in het bestaande pandwezen tegen te gaan.

Beieren en de Palts bleven door de belening van Lodewijk I voor ruim een eeuw met elkaar verbonden.

De boerderij bleef tot het midden van de 19de eeuw in het bezit van zijn nakomelingen, en is het sinds de belening van 14 maart 1797 in de vrouwelijke lijn in de families Van Huygenbos en Van Ravenhorst.

De keizer bevestigde in zijn hoedanigheid van hertog van Brabant de belening.

Door de belening van voormalige Lohns gebied werd de heerlijkheid Wisch flink uitgebreid.

Een steeds voorkomend probleem in de Middeleeuwen was de hoge rente die de lommerds vroegen voor de belening.

Het document van deze belening is bewaard gebleven en resideert in de stadsarchieven van Düsseldorf.

Het leen Bocholt werd haar beleend, maar op de belening van Kortessem kwam protest.

Kreeg als belening een stoel in de Tweede Kamer en krijgt nu waarschijnlijk wachtgeld.

Hierdoor is de mogelijkheid voor aanvullende belening afgenomen van €1,8 miljard naar €1 miljard.

Akte van belening voor Derick van den Pol mede namens Heyntken van den Pol, Goert Stockums, Gielis Mans en Maria van gen Lijller met de hof opgen Lijller gelegen te Linne, na overlijdt van Wilhem van Helwijgen.

Akte van belening voor Hendrik van Lom met het Pannencoecx goed gelegen onder Eyler hondtschap te Aldekerk, na overlijdt van Elisabeth op den Berghe, genaamd van Eyl.

Alles overziend, denk ik dat het cijnshofje ontstaan is bij de eerste belening, doordat de eerste leenman toen van de hertog van Brabant toestemming kreeg om eigen bezit tegen een cijns aan anderen uit te geven.

Hij moet bijzonder blij zijn geweest met deze belening, want hij veranderde zijn naam in 'Van Teylingen'.

Niet alleen is dit de enige keer dat Siebengewald als heerlijkheid genoemd wordt, de belening schijnt ook zonder gevolgen gebleven te zijn.

Na 1600 trad er niet alleen in verband met belening maar ook met opdracht steeds vaker een gemachtigde van de leenman op, die namens zijn lastgever in de leenkamer of voor de stadhouder van de lenen verscheen.

Akte van belening van "de Muggen" te Utrade door Johan van Loin aan Bernt van Duynen van Thiele. 1439 1 stuk. regest nr. 98.

Bovendien was de belening tijdelijk.

Aangezien in 1557 Malbeck werd geclaimd door de minderjarige kinderen van Deyrich vom Bruck en Lisbet Houptz (waarschijnlijk de toenmalige schrijfwijze van Hoeufft), wordt aangenomen dat de belening van 1504 is gedaan door een plaatsvervanger.

Bij een belening stelde de leenheer een bezegelde akte op, de leenbrief.