Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Belogen.

Belogen

Voorbeeldzinnen (20)

Hij heeft mij vaak belogen.

Ze heeft mij belogen.

Ik denk dat je me belogen hebt.

Mijn man heeft me belogen.

Hij heeft mij belogen. Daarom ben ik kwaad op hem.

Ik werd belogen.

Ik moet weten waarom je Tom hebt belogen.

Yanni en Skura hebben elkaar belogen.

Het speet mij dat ik hem belogen had.

Je had hem al een keer belogen.

Eén van ons werd belogen.

Hij heeft je belogen en bedrogen.

Dat brave mens is volgens wat ik verneem op het einde van haar leven belogen en bestolen, toen ze al Alzheimer's had.

Deze Leugenachtige partijen hebben de Nederlandse bevolking belogen en bedrogen, waardoor we financieel in de afgrond zijn geflikkerd.

Jolyn en Katrijn voelen zich belogen door hoefsmid Raphaël.

Kennelijk vinden de meeste Nederlanders het heerlijk elke keer weer opnieuw belogen en bedrogen te worden.

Volgens ‘Daily Mail Australia’ is zijn familie er alleszins van overtuigd dat Giddey belogen werd door het meisje.

Dat ben ik nooit geweest, tenzij het achter mijn rug gebeurde en ik belogen werd.

Het zijn dan ook toeristen die het meeste gevaar lopen om bedrogen en belogen te worden tijdens hun zoektocht naar culinaire hotspots.

In Groningen worden de bewoners van huizen die door zakkenvullers uit Den Haag door hun aardgas honger gedupeerd zijn al jaren belogen en aan het lijntje gehouden.