Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Beluik.

Beluik

Beluik | Beluiken

Beluik betekenis

omsloten ruimte

Voorbeeldzinnen (11)

Het vroegere beluik paalde aan een sier- en moestuin.

In 1834 werd door de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen een naastgelegen zestiende-eeuws huis aan het beluik toegevoegd.

Ontleend aan oude arbeidersbuurten: ‘hof’, ‘plaats’, ‘gang’, ‘rijtje’ en ‘beluik’.

De straat bestaat uit een beluik zoals Gent er in de negentiende eeuw zoveel telde.

Ten noorden lag het arme beluik Rozier.

Het beluik werd het 'Sentillepoortje' genoemd.

Hij staat ook vermeld op het monument in het Beluik van de 13 kolonels aan het Frère-Orbanplein in Brussel.

Hij verwierf zelf een groot aantal gronden en bouwde in de jaren 1850 verschillende kleine huizen, een beluik dat nu bekendstaat als het "Snoecksteegje".

De term 'beluik' is afgeleid van het oude werkwoord 'luiken', wat afsluiten betekent.

Het beluik is van de straat afgesloten met een grote poort.

Toen de groep nieuwe woningen verrees op het braakliggende terrein dat was overgebleven na het slopen van het beluik en van de garages die er na 1950 waren gebouwd, werd de vroegere naam Sentille opnieuw aangewend.