Leer het woord Beluik beter kennen met 10+ echte voorbeeldzinnen, de betekenis.
Beluik betekenis
omsloten ruimte
Gebruik van Beluik
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: omsloten ruimte
- In het voorbeeldencorpus komt beluik vaak voor in combinaties zoals: het beluik, een beluik.
Context rond Beluik
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 15.4 woorden
- Plaats in de zin: 4 begin, 4 midden, 3 einde
- Zinsoorten: 11 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Beluik
- In deze selectie staat "beluik" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 15.4 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral vroegere, arme, term, paalde, toegevoegd en rozier op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "beluik".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn aan het beluik toegevoegd en de term beluik is afgeleid. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "beluik" dicht bij woorden als aaibaarheid, aaigem en aaken, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met beluik
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Het beluik werd het 'Sentillepoortje' genoemd. (6 woorden)
Ten noorden lag het arme beluik Rozier. (7 woorden)
Het vroegere beluik paalde aan een sier- en moestuin. (9 woorden)
Toen de groep nieuwe woningen verrees op het braakliggende terrein dat was overgebleven na het slopen van het beluik en van de garages die er na 1950 waren gebouwd, werd de vroegere naam Sentille opnieuw aangewend. (36 woorden)
Hij verwierf zelf een groot aantal gronden en bouwde in de jaren 1850 verschillende kleine huizen, een beluik dat nu bekendstaat als het "Snoecksteegje". (24 woorden)
Hij staat ook vermeld op het monument in het Beluik van de 13 kolonels aan het Frère-Orbanplein in Brussel. (20 woorden)
Voorbeeldzinnen (11)
Het vroegere beluik paalde aan een sier- en moestuin.
In 1834 werd door de Commissie voor Burgerlijke Godshuizen een naastgelegen zestiende-eeuws huis aan het beluik toegevoegd.
Ontleend aan oude arbeidersbuurten: ‘hof’, ‘plaats’, ‘gang’, ‘rijtje’ en ‘beluik’.
De straat bestaat uit een beluik zoals Gent er in de negentiende eeuw zoveel telde.
Ten noorden lag het arme beluik Rozier.
Het beluik werd het 'Sentillepoortje' genoemd.
Hij staat ook vermeld op het monument in het Beluik van de 13 kolonels aan het Frère-Orbanplein in Brussel.
Hij verwierf zelf een groot aantal gronden en bouwde in de jaren 1850 verschillende kleine huizen, een beluik dat nu bekendstaat als het "Snoecksteegje".
De term 'beluik' is afgeleid van het oude werkwoord 'luiken', wat afsluiten betekent.
Het beluik is van de straat afgesloten met een grote poort.
Toen de groep nieuwe woningen verrees op het braakliggende terrein dat was overgebleven na het slopen van het beluik en van de garages die er na 1950 waren gebouwd, werd de vroegere naam Sentille opnieuw aangewend.
Veelvoorkomende combinaties met beluik
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "beluik" in een zin?
Wat betekent "beluik"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "beluik" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl