Vraag je je af hoe je Benedenstad in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. Inclusief de betekenis .
Benedenstad in een zin
Benedenstad betekenis
het lager gelegen deel van een stad
Gebruik van Benedenstad
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: het lager gelegen deel van een stad
- In het voorbeeldencorpus komt benedenstad vaak voor in combinaties zoals: de benedenstad, benedenstad is, benedenstad van.
Context rond Benedenstad
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 18.3 woorden
- Plaats in de zin: 6 begin, 9 midden, 5 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Benedenstad
- In deze selectie staat "benedenstad" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 18.3 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral gelegen, middeleeuwse en komt op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "benedenstad".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn in de benedenstad en van de benedenstad. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "benedenstad" dicht bij woorden als aambeeld, aandelenportefeuille en achteruitgaat, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met benedenstad
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
De Benedenstad had op inwoners. (5 woorden)
De Middeleeuwse benedenstad was verlaten. (5 woorden)
Hij woonde vanaf de jaren vijftig in de Benedenstad. (9 woorden)
De aan het water gelegen benedenstad was ooit dicht bebouwd met vooral pakhuizen en plaatsen van vertier voor de duizenden scheepsbemanningen die hier in de 18de eeuw in de Baai afmeerden, maar daarvan resteren nu nog voornamelijk de ruïnes. (39 woorden)
Tegenwoordig is het grote contrast met de Benedenstad de drukte: de Benedenstad is vooral een rustige woonwijk met één drukke boulevard (de Waalkade), terwijl de Bovenstad gonst van de mensen, cultuur en bedrijvigheid. (33 woorden)
Toen Nijmegen na de afbraak van de stadsmuur in 1874 uitbreidde, verhuisden de rijke mensen van de Benedenstad naar de singels en trokken arme gezinnen in de achtergelaten patriciërswoningen. (29 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Tegenwoordig is het grote contrast met de Benedenstad de drukte: de Benedenstad is vooral een rustige woonwijk met één drukke boulevard (de Waalkade), terwijl de Bovenstad gonst van de mensen, cultuur en bedrijvigheid.
De ruïnes van de benedenstad van Quebec ten gevolge van het onophoudelijke bombardement door de batterij bij Point Lévis.
Risicogebieden in Nijmegen zijn wijken als Benedenstad en Bottendaal, zeggen Buycyle en Interpolis na onderzoek.
Theseus, de beroemdste Atheense held, had een heiligdom in de benedenstad, maar was ook met de Akropolis verbonden.
Het dolle evenement vindt plaats in het Musée du Nord in een overdekte winkelpassage in het hartje van de benedenstad.
Hij woonde vanaf de jaren vijftig in de Benedenstad.
Toen Nijmegen na de afbraak van de stadsmuur in 1874 uitbreidde, verhuisden de rijke mensen van de Benedenstad naar de singels en trokken arme gezinnen in de achtergelaten patriciërswoningen.
Volgens Bolhoeve was de sfeer dan ook goed in de Benedenstad.
Aan de noordkant wordt het verschil tussen hoog en laag geaccentueerd door een gebogen trappensteegje tussen de laatste panden van de benedenstad.
Aardewerk- en andere vondsten bevestigen dat zowel de boven- als de benedenstad in deze periode bewoond was.
Daarnaast overstroomde de rivier regelmatig, en zette daarbij de benedenstad en de aangrenzende arbeiderswijken onder water.
De aan het water gelegen benedenstad was ooit dicht bebouwd met vooral pakhuizen en plaatsen van vertier voor de duizenden scheepsbemanningen die hier in de 18de eeuw in de Baai afmeerden, maar daarvan resteren nu nog voornamelijk de ruïnes.
De begraafplaatsen lagen aan de buitenkant van de stad, ver van de benedenstad, ze deden dienst als een soort park.
De Benedenstad had op inwoners.
De benedenstad heeft maar weinig baat bij de aantrekkingskracht van de Cité, omdat het een excursiebestemming is en geen vakantiebestemming.
De benedenstad is ruimer en opener, op het grote centrale plein is er elke zaterdag een traditionele markt met verse streekproducten, maar ook met antiek.
De bouwwerken in de benedenstad worden in vijf lagen onderverdeeld.
De laag Ia van de benedenstad komt qua tijd overeen met de laag 6 van de bovenstad.
De Middeleeuwse benedenstad was verlaten.
De nederzetting bestond uit een bovenstad van 5 hectare en een benedenstad van 20 hectare.
Veelvoorkomende combinaties met benedenstad
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- de benedenstad 64×
- benedenstad is 7×
- benedenstad van 5×
- een benedenstad 5×
- benedenstad en 4×
- benedenstad werd 4×
- benedenstad maar 3×
- gelegen benedenstad 3×
- benedenstad aan 3×
- benedenstad de 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "benedenstad" in een zin?
Wat betekent "benedenstad"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "benedenstad" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl