Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Benige.

Benige

Benige | Ben | Benen | Bende | Bens | Benden | Benn | Bening | Bener

Voorbeeldzinnen (20)

Maar ik heb nog nooit een één-benige stripper gezien.

Ook wilde het team bestuderen in hoeverre het osteoderm (een harde, benige insluiting in de huid onder de vorm van een schub) tijdens gewelddadige ontmoetingen voldoende bescherming biedt.

Het lichaam van deze dino’s was namelijk bezaaid met benige platen en stekels: ze staan bekend om hun brede, uit beenderplaten opgebouwde pantserrug.

De onderzoekers kwamen tot de ontdekking dat het – afgezien van de benige holte bij de neusgaten – erg lastig is om de geslachten van elkaar te onderscheiden.

Hoewel deze uit zacht weefsel bestaat, wordt het ondersteund door een benige holte bij de neusgaten.

Pelagornithidae worden ook wel beentandvogels genoemd vanwege de puntige benige uitsteeksels op hun kaken die nog het meeste weghebben van tanden.

Barbourofelis had tevens prominente apofyses, benige schedevormige uitgroeisels van de onderkaak die naar beneden gericht waren en net zo lang waren als de bovenste hoektanden.

Bij alle chevrons is het haemaal kanaal bovenaan door een benige brug gesloten.

Bij een latere soort werden benige knobbels boven op de kop geconstateerd, hetgeen duidelijk maakte dat horens in ontwikkeling waren.

Dat Asteriornis tot de Neornithes behoorde blijkt uit de tandeloze kaken, het ontbreken van een apart coronoïde bot op de onderkaak en het feite dat de onderkaken vooraan vergroeid waren in een benige symfyse.

De benige neusopeningen zetten zich dan iets naar voren voort, met een uitholling in de voorste snuitbeenderen, de praemaxillae.

De grote kop was versierd met opmerkelijke benige knobbels en kammen.

De kop is bedekt door benige huidplaten.

De neushoorn is midden boven het benige neusgat gelegen.

De onderkaak draagt een benige diepe plaatvormige kam met het laagste punt in het midden.

De vis heeft een lichaam dat op doorsnede vierkant is, en van de kop tot aan het begin van de staartwortel bedekt door een beenachtig pantser dat gevormd wordt door vergroeide benige schubben.

De wervelboog is de benige structuur die ontspringt uit de bovenkant van het wervellichaam.

Deze 27 cm lange vis had een vrij hoog lichaam met een diep gevorkte, homocerke staart, een door 9 ongelede, benige vinstralen ondersteunde rugvin, een vrij goed ontwikkelde aarsvin en een tamelijk ver naar voren geplaatste buikvin.

Een doornuitsteeksel is het benige uitsteeksel op de top van de wervelboog.

Er werden bovendien andere benige platen gevonden, wiens oppervlakteschubben niet als tuberkel zijn gevormd, maar elkaar daktegelachtig opvolgen.