Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Beschuldiger.

Beschuldiger

Beschuldiger betekenis

iemand die iets of iemand ergens van beschuldigt; iemand die een beschuldiging uitspreekt

Synoniemen van Beschuldiger

Voorbeeldzinnen (13)

Hij jammerde dat hij ‘net als elke Amerikaan’ het recht heeft zijn beschuldiger te ontmoeten, ‘zeker omdat die beschuldiger, de zogenaamde klokkenluider, een perfect gesprek in een totaal onnauwkeurig en bedrieglijke manier heeft naverteld’.

Dergelijke valse beschuldigingen leiden ook tot enorme schade en mogen bij de beschuldiger ook tot even harde aangiften en veroordelingen leiden.

De veroordeling van Ghislaine Maxwell is wat Epsteins meest bekende beschuldiger Virginia Giuffre betreft nog lang niet het einde in deze omvangrijke sekszaak.

Virginia Giuffre, de meest bekende en meest uitgesproken Epstein-beschuldiger, heeft er bijna geen hoop meer op dat prins Andrew nog zijn straf krijgt.

Maar dan wel vóór zijn beschuldiger.

Dat leidde tot een extra hoorzitting, waar ook een beschuldiger aan het woord kwam, en aanvullend onderzoek door de FBI.

Kavanaugh is door meerdere vrouwen beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag, maar Blasey is de enige beschuldiger die donderdag voor de commissie verscheen.

Dat reductii ad hitlerum juist gebrek aan oprechtheid en argumenten bij de beschuldiger blootleggen zou juist Geenstijl toch moeten weten.

En bewijs nu je onschuld maar,als je beschuldiger in de regering zit en er belangen bij heeft dat jij niet meer als agent kan functioneren.

Een andere beschuldiger, Jennifer Araoz, zei dat het "knaagt aan haar ziel" dat Epstein haar niet onder ogen hoeft te komen in de rechtszaal.

Een ander voor idioot uitmaken, zegt vaak meer over de beschuldiger, dan over de beschuldigde.

De rechtbank velde het vonnis dat èn door de beschuldigde èn door de beschuldiger werd geëist.

Hij had echter het geluk gehad om te worden vrijgesproken en daarna de straf van zijn beschuldiger te zien voltrekken.