Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Besmeert.
Besmeert
Voorbeeldzinnen (9)
Hij schiet met pijl-en-boog een kleine vis en besmeert het dier met tulala.
Zit je echter achter het stuur met een broodplank op je schoot en probeer je plakjes brie te snijden voor je opengesneden stokbrood die je daarvoor met een beetje boter hebt besmeert, is dat wel een probleem.
Derkx is een jonge vrouw die haar boterhammen met humus besmeert, De Jong een man die net wat langer meegaat en de voorkeur geeft aan roomboter en oude kaas: dat grapje is na twee keer wel uitgewerkt.
Als je in de supermarkt in het buitenland geen beschuit kunt vinden, gebruik je oud (stok) brood die je even besmeert met olijfolie en dan in de koekenpan of skottelbrai krokant bakt aan beide kanten.
Dan heeft hij een halfje wit bij zich die hij ter plekke rijkelijk besmeert met pindakaas.
Het aantal toeristenwinkels moet omlaag: "We willen geen eenheidsworst die je met Nutella besmeert", zegt D66-fractieleider Reinier van Dantzig.
Men besmeert elkaar dan met as.
Waar besmeert u dat mee?
In Zeeland worden de meeste eierkoeken gegeten; daar besmeert men de vlakke zijde graag met boter.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl